Deze weblog gaat over politieke onderwerpen in de provincie Limburg. Ik ben Provinciaal Statenlid voor de PvdA en schrijf vanuit de volgende visie: “Een economisch en sociaal sterk Limburg waar werk is voor iedereen, waar iedereen kan meedoen en we goed onderwijs hebben voor alle niveaus. Waar iedereen zich thuis en veilig voelt en we bekend zijn om onze gastvrijheid. Waar we respect tonen voor elkaar en we eerlijk delen”. Wilt u reageren, stuur een email naar: pvda@pennings.biz.
woensdag 30 januari 2008
Opinie-artikel 'Vliegtaks'
Drijft nieuwe vliegtaks Limburgse vakantiegangers naar het buitenland?
Toeristen zijn ook vervuilers
Ik kan er eigenlijk niet bij: enerzijds praat iedereen – van Kamer tot café – over de noodzaak om beter en zuiniger met het milieu om te gaan, energie te sparen en na te denken over alternatieven. Anderzijds spreken provinciale politici als Ingrid Muijs (VVD) en vliegveld Maastricht doem en ondergang over de nieuwe vliegtaks van 11,25 euro per reiziger. Reizigers zouden massaal naar het buitenland gaan om van daaruit te vliegen en maatschappijen laten Nederlandse (regionale) luchthavens liggen. Zo zou het Italiaanse Volareweb al besloten hebben vliegveld Maastricht te verlaten. “Door de vliegtaks”, zo betoogde Muijs tijdens de laatste vergadering van Provinciale Staten.
Raar! Ik zou denken dat Muijs – en met haar eigenlijk iedere Nederlander – voor de verandering eens blij zou zijn met deze milieumaatregel. Immers: eindelijk wordt het beginsel “de vervuiler betaalt” ook in de vliegtoerismesector toegepast. Althans: het is een eerste bescheiden aanzet. Voor wie het niet wist: in haar laatste verkiezingsprogramma pleitte de VVD voor een “kilometerbeprijzing waarbij je gebruik in plaats van bezit van de auto belast”. Volgens mij is de vliegtaks het equivalent van de kilometerbeprijzing: wie vliegt, die vervuilt, die betaalt. Punt uit.
Wel even wennen natuurlijk voor de meesten onder ons. We vinden het inmiddels normaal om “de vervuiler betaalt” te roepen als het gaat om bedrijven met hoge schoonstenen of veel afval. We gaan in ons denken over waarom ‘de ander’ moet betalen zelfs nog een stapje verder, door te stellen dat een belasting op milieuvervuiling de innovatie aanmoedigt en op termijn onze economie extra laat groeien. De wet van de versnellende achterstand. Niks mis met deze redenering overigens.
Ingrid Muijs denkt nu dat Nederlanders – en wij Limburgers in het bijzonder – het moeilijk hebben om ons als vervuiler te zien op het moment dat we een leuk vliegreisje naar het buitenland boeken. Nee, volgens haar ervaren we de vliegtaks als onrechtvaardige straf en grijpen we als grensprovincie meteen naar een oud en beproefd middel: vluchtgedrag naar Duitsland en België waar die belasting (nog) niet bestaat. Het roept bij mij herinneringen op van lange rijen Nederlandse kentekens voor Duitse en Belgische tankstations om toch maar een paar cent te besparen. Maar ja: toen waren we ons ook nog niet (echt) bewust wat we met onze reizen aan vervuilende roet- en CO2-uitstoot aanrichten.
Anno 2008 ligt dat anders: je kunt het wel of niet eens zijn met Al Gore’s gehypte doemfilm, maar feit blijft dat de huidige productie aan vervuiling en de almaar groeiende behoefte aan schaarse grondstoffen niet bevorderlijk is voor ons leefklimaat en dat van onze kleinkinderen. Om mij heen hoor ik alleen maar dat mensen begaan zijn met het milieu en hun steentje willen bijdragen aan de vermindering van vervuiling. Tegelijkertijd gun ik iedereen zijn vakantiebestemming. Ik geloof in de uitdrukking “put your money where your mouth is” en vetrouw er dan ook op dat de gemiddelde Limburger niet vanwege de introductie van deze specifieke milieubelasting plotseling besluit om naar Weeze, Düsseldorf, Charleroi of Brussel te vluchten.
Maar het is toch oneerlijk dat wij wel moeten betalen en zij in het Europese buitenland niet? Tja, daar zit wat in. We roepen echter ook al sinds jaren dat we bij de voortrekkers van Europees beleid willen horen. Milieu is daarbij zelfs een specialiteit. Zo is het in dit geval ook: iemand zal het voortouw – en daarmee de eerste pijnlijke stap - moeten nemen, anders blijft samenwerking altijd steken op de snelheid van de langzaamste speler. Dan kom je uit bij het zo geliefde laissez-faire denken van de VVD waarbij niemand iets doet en iedereen wacht op de ander. En Volareweb dan? Volgens Muijs verlaat die vliegtuigmaatschappij Maastricht Airport juist vanwege de vliegtaks. Als dat werkelijk zo door Volareweb gesteld wordt, dan stel ik vast dat het bedrijf vertrekt zonder te onderzoeken of er dit jaar werkelijk minder reizigers bij haar boeken. Dat roept bij mij meteen weer achterdocht op over de werkelijke reden van vertrek. Misschien is het dan maar beter dat Volare’s plaats op Maastricht-Aachen Airport worden ingenomen door een maatschappij met wat meer vertrouwen in haar eigen product.
dinsdag 29 januari 2008
Workshop Internationalisering (rapport Hermans)
7 riep hij in zijn rapport de staatssecretaris op om van Limburg een experimenteerregio te maken voor betere grensoverschrijdende samenwerking. Overigens wordt met 'internationalisering' in dit geval bedoeld: nauwere samenwerking tussen Belgisch-Limburg, Nederlands-Limburg, de regio Luik en de regio Aken.Waarom is dit rapport Hermans belangrijk? Welnu, er zijn nogal wat mensen uit onze provincie die in de omliggende regio's werken en veel hinder ondervinden van de huidige - nationale - wetgevingen op het gebied van belastingen en sociale- en rechtszekerheid. Ik heb het twee jaar aan den lijve mogen ondervinden toen ik in Geleen woonde maar in Dusseldorf werkte. Er is een enorm gedoe met verzekeringen, risico op dubbele belastingbetaling, leasekostenberekening van de auto en noem maar op. Dat is niet bevorderlijk voor de mobiliteit van mensen die binnen een half uur rijden makkelijk twee landsgrenzen kunnen oversteken. Ook voor bedrijven is deze situatie erg lastig. Dit heeft ertoe geleid dat de provincie Limburg de rijksoverheid heeft gevraagd om zogeheten proefregio te worden, waarbij een aantal specifiek nationale bepalingen tijdelijk kunnen worden vervangen/buiten werking gezet ten gunste van regionaal georiënteerde regelingen. Natuurlijk moet een dergelijke 'dispensatie' ook voor Belgisch-Limburg, Luik en Aken gaan gelden. Geen gemakkelijke operatie en vooralsnog heeft het Rijk Limburg wel de status van 'proefregio' beloofd, maar is er formeel nog niets geregeld.
Terug naar de workshop. De twee gastsprekers waren niet de minste: prof. Luc Soete is directeur van het Economic Research Institute for Innovation and Technology van de Universiteit Maastricht en was lid van de Commissie Hermans. Soete wordt vaak door overheid en bedrijfsleven
geraadpleegd als het gaat om het signaleren van innovatietrends. De tweede gastspreker was dr. Martin Hinoul, business manager van de afdeling Research&Development van de universiteit Leuven. Hinoul is daarnaast ook lid van de Taskforce Versnellingsagenda voor Limburg.Om een lang verhaal beperkt te houden: beide heren gaven aan dat zich een heel duidelijke technologiedriehoek aftekent die zijn gelijke - zeker qua internationale dimensie - in Europa nog zoekt. Het gaat dan om de driehoek Leuven-Eindhoven-Aken. De samenwerking tussen m.n. de universiteiten uit deze driehoek levert een buitengewoon hoog niveau aan technologiekennis op en leidt tot een explosieve groei van startende veelbelovende technologiebedrijfjes. Terzijde: Aken telt jaarlijks het hoogste aantal startende hightech bedrijfjes in Europa! Nog verdergaande samenwerking wordt alleen beperkt door sterk verschillende nationale wetgeving. Dit heeft Hermans in zijn rapport ook gesignaleerd en zijn conclusie is dan ook dat nationale wetgeving zich op punten die te maken hebben met regionale economische ontwikkeling een stukje moet terugtrekken. Laat dit de betrokken regio's zelf doen, stelt hij.
Soete en Hinoul maken tijdens hun presentatie pijnlijk duidelijk dat Nederlands-Limburg op technologisch vlak eigenlijk een groot technologisch 'zwart gat' is: wij hebben geen technische universiteit terwijl juist een technische universiteit de aanjager is voor de kenniseconomie en dus groei. Dit ‘gat’ kan volgens Soete en Hinoul maar in beperkte mate worden opgevangen door het (overigens uitstekend beoordeelde) technisch onderzoek aan onze twee Limburgse hogescholen. Op medisch onderzoek na, doet de UM niet aan technisch-wetenschappelijk onderzoek. Onze grote bedrijven met hun research centers zijn weliswaar van hoge kwaliteit, maar zijn - in de ogen van Hinoul en Soete - vooral bezig met korte-termijn onderzoek gericht op concrete producten voor hun commerciële opdrachtgevers. Op mijn vraag of zij ervoor pleiten dat we in Limburg de UM tot een technische universiteit moeten omvormen, antwoorden zij positief. Soete stelt dat dit het best kan gebeuren door de UM en de RWTH-Aken zeer nauw met elkaar te laten samenwerken. Mijn indruk is dat Soete daarmee bedoelt dat we moeten komen tot een regio-universiteit Aken-Maastricht. Soete en Hinoul wijzen er nog eens op dat juist in de directe omgeving van technologie-universiteiten de meeste nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid ontstaat. Aha!
Volgens mij bedoelen de heren dat veel jonge hoogopgeleide techneuten het liefst hun werkplek zoeken bij hun oude Alma mater, vooropgesteld dat de regio aan een aantal basisvereisten voor het opstarten van een eigen bedrijfje kan voldoen. Met andere woorden: als wij een goed vestigingsklimaat hebben voor starters - denk aan: starterskredieten, business incubators, goedkope maar goed uitgeruste werkunits, gedeelde onderzoeksfaciliteiten etc - dan is er een goede kans dat de afgestudeerden niet meteen hun biezen pakken en naar de Randstad vertrekken omdat er hier niets voor hen is. Is het dan een grote stap om te stellen dat de UM in zijn huidige vorm, met de nadruk op de studies economie en rechten (ik laat medisch even buiten beschouwing), onbedoeld onze Limburgse jongeren vooral opleidt voor een leven buiten Limburg, terwijl een technologie-universiteit Aken-Maastricht ervoor zou zorgen dat jonge mensen in Limburg blijven wonen en werken?? Ligt hier een stukje van de puzzel die demografische ontwikkeling heet? Met dit als achtergrond: natuurlijk zouden de (on)mogelijkheden nader onderzocht moeten worden, zijn er vele mitsen en maren en zijn er nog tal van andere belangen die mee wegen, maar op grond van de resultaten van deze workshop heeft een nieuwe universiteit Aken-Maastricht mijn steun, ook als dat betekent dat de UM (een deel van) zijn onafhankelijkheid zou moeten opgeven!Wat kunnen we als provincie doen? Naast het faciliteren van zaken als bedrijfsunits, gedeelde onderzoekscapaciteit en starterskredieten, moeten we - wat mij betreft - ons richting de betrokken nationale overheden en richting Brussel vooral inzetten voor de ontwikkeling van gezamenlijke curricula en (erkenning van) gezamenlijke diploma's.
zaterdag 26 januari 2008
Statenvergadering 25 januari
Ik vond de begrotingswijziging aanvankelijk een teleurstelling. Op sommige plaatsen was inderdaad sprake van concrete programma's, concrete projecten, duidelijke planning en meetbare resultaatafspraken. Het grootste deel van het document bestond echter uit vaagheden en algemeenheden, halve toezeggingen en meldingen dat men eerst nog moest gaan onderzoeken wat men precies zou willen/kunnen doen. Dat ging mij - en ook anderen binnen onze fractie - te ver.
Na stevig overleg binnen de fractie besloten we dat we de gedeputeerden op het tekort aan concreetheid zouden aanspreken door het stellen van een flink aantal gedetailleerde vragen. Door bij begin van de Statenvergadering te laten vastleggen dat de antwoorden op de vragen automatisch onderdeel zouden worden van de begrotingswijziging zelf, zouden de zwakker uitgewerkte beleidspunten alsnog voorzien worden van SMART-doelen.
Tot onze tevredenheid bleek het College onze impliciete boodschap al voor begin van de vergadering goed te hebben begrepen. Vrijwel alle vooraf gestelde vragen waren concreet en met duidelijke resultaatverwachtingen en planningen beantwoord. Waarom kon dat niet meteen zo?
Het tweede onderwerp van de vergadering betrof een motie van het CDA over de fysieke bedreiging van een Venrayse wethouder en een lokale projectontwikkelaar. Aanleiding voor die bedreiging is het Sciencelink-industriepark waar zich mogelijk bedrijven gaan vestigen die ook dierproeven doen. Enkele radicale dierenbeschermingsorganisaties hadden de woningen van medewerkers van de projectontwikkelaar beklad en ook de wethouder fysiek en via emails bedreigd. Alle partijen in de Staten keurden dit soort acties af. Naast het CDA had ook Frank Wassenberg van de Partij voor de Dieren (PvdD) een motie voorbereid. Als woordvoerder van de PvdA moest ik voor onze fractie een keuze maken. Ik vond het opvallend dat de moties van de PvdD en het CDA duidelijke overeenkomsten hadden. Het belangrijkste verschil lag hem in het emotionele karakter van de CDA-motie. Ondanks mijn pogingen om tot een compromis tussen beiden te komen (ik had het sterker gevonden als een een Statenbrede veroodeling was gekomen), kwamen er uiteindelijk 2 moties op tafel. De een gesteund door CDA-PvdA, PNL en VVD en de ander gesteund door de overige oppositiepartijen.
zaterdag 19 januari 2008
Commissievergadering Economisch Domein
Tijdens de vergadering ED kwam aan de orde dat de Rekenkamer zich enige zorgen maakt over het aantal verborgen (m.a.w. 'stille') reserves van de provincie en het feit dat er voor die reserves geen concrete bestemming lijkt te bestaan. De reserves zijn opgebouwd uit belastinggeld en overige inkomsten. Het zou vreemd zijn, zo de Rekenkamer, als de provincie maar belastinggeld en andere inkomsten blijft innen en oppotten zonder dat er iets mee gedaan wordt. De Rekenkamer stelt in haar rapport aan dat het erop lijkt dat er gespaard wordt om het sparen en dat is niet in het belang van de burger. Met andere woorden: waar blijft het beleid dat aangeeft wat er met reserves moet gebeuren?
In eerste instantie leek vooral gedeputeerde Vrehen er met deze kritiek van langs te krijgen. Echter: Henk Schroen van GroenLinks legde in een korte bijdrage de schuld waar hij werkelijk hoort, namelijk bij Provinciale Staten zelf. PS stelt immers het beleid vast en als zij dat op dit punt nalaat, dan kan dat onze gedeputeerden niet worden verweten.
De commissie gaf daarop min of meer eensgezind aan dat zij de bevindingen van de Rekenkamer in zijn geheel ondersteunde en vroeg de gedeputeerde om een voorstel te ontwikkelen hoe de provincie in toekomst met de stille reserves om zal gaan (het voorstel van GS wordt dan door PS tot besluit verheven).
De daarop volgende discussie spitste zich toe op de vraag in hoeverre het beleid SMART moet worden geformuleerd. PvdA en CDA zijn voor nauwkeurigere regels voor reserves, maar Marijke Clerkx (PvdA) wijst erop dat tijdens de coalitieonderhandelingen vorig jaar juist is afgesproken om niet voor alle reserves zeer precieze bestemmingen vast te leggen. Reden hiervoor is dat in de vorige regeerperiode al zoveel precies vastlag, dat er weinig tot geen ruimte was voor beleid dat inspeelt op actuele ontwikkelingen. Beleid moet niet tot dwangbuis worden. Gedeputeerde Vrehen sluit dit punt af door te bevestigen dat hij binnenkort met een voorstel komt om de reserves strakker te koppelen aan beleid.
zondag 13 januari 2008
Woordvoerderschap op dossier Buitenring Parkstad
Sinds vorige week ben ik namens de PvdA Statenfractie de woordvoerder op het dossier Buitenring Parkstad. Ik kom zelf niet uit de Oostelijke Mijnstreek en eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik er tot nu ook niet heel vaak kom. Omdat de Buitenring een strategisch grootschalig project betreft waarmee enkele honderden miljoenen euro’s gemoeid zijn, leek het mij verstandig om een dag uit te trekken om het gebied waar de Buitenring gepland is, eens goed te verkennen. Vorige week vrijdag ben ik dan ook samen met twee ambtenaren van de provincie en gewapend met detailkaarten alle vijf mogelijke tracé’s van de Buitenring afgereden. Het leverde nog geen totaalbeeld op, maar wel een goede eerste impressie van wat er mogelijk staat te gebeuren.
Waarom een Buitenring?
De zeven gemeenten (Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Brunssum, Simpelveld, Voerendaal en Onderbanken) die samen de Parkstad vormen hebben al jaren een gezamenlijk probleem: het verkeer binnen en tussen de gemeentes loopt volledig vast. Duizenden auto’s en vrachtwagens banen zich iedere dag een weg door de nauwe straatjes van de binnensteden en op te smalle landwegen. Er is geen efficiënte doorgaande verbinding van het noordwestelijk deel van de Oostelijke Mijnstreek (Nuth) tot aan de Duitse grens. Dat leidt er ook toe dat veel bedrijven niet echt happig zijn om zich in deze regio te vestigen: ze zijn voor anderen haast niet te vinden en ze kunnen ook zelf maar moeilijk tot bij de aansluitingen op het hoofdverkeersnet komen. Een collega zei onlangs: “Je doet er bijna net zolang over om via de A2/A76/A79 van Eindhoven tot bij Kerkrade te komen als vanaf Nuth binnendoor tot bij Herzogenrath”. En die afstand is maar net 30 km. De oorzaak van deze situatie ligt vooral in de historische geografische ontwikkeling van de gemeentes. Die is namelijk vooral bepaald door de vroegere vereisten van de mijnbouw en die trok zich relatief weinig aan van optimale stads- en regioinrichting.
In 2001 (POL 2001 en 2006) hebben de provincie en de betrokken gemeentes principieel besloten om aan deze situatie een einde te maken en een Buitenring aan te leggen die het doorgaande verkeer uit de centra moet weren. Doel is om de verkeersbelasting voor inwoners van de gemeentes duidelijk te verlagen en tegelijkertijd de regio voor (nieuwe) bedrijven aantrekkelijker te maken. Daarnaast hebben een aantal bestaande attracties (denk aan: Gaiapark, Mondo Verde, Snow World en andere) blijkbaar veel last van de slechte bereikbaarheid. Sinds 2006 is een ambtelijk projectteam van de provincie bezig met de ontwikkeling en voorbereiding van de aanleg. Volgens de planning gaat in 2010 de schop in de grond en zijn de laatste werkzaamheden in 2015 afgerond.
Voordat het echter zover is, moeten Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten echter nog een aantal besluiten nemen. Overigens gaat dat uiteraard in overleg en medewerking met de betrokken gemeentes. De twee belangrijkste besluiten betreffen: (1) het te kiezen tracé van de weg en (2) de kosten van de aanleg. De provincie betaalt in principe de helft van de aanlegkosten. De rest wordt door de gemeentes gedragen. Daarbij is afgesproken dat eventuele meerkosten door beide zijden evenredig gedragen worden. Daar waar een specifieke gemeente geheel eigen wensen heeft, moet deze de extra kosten in principe zelf dragen.
Nu liggen er op dit moment 5 verschillende opties voor het tracé op tafel, met ieder zijn eigen voor- en nadelen. Wordt er meer natuur gespaard, gaat dat vaak ten koste van de verkeersdoorstroming en stijgen de kosten (er moet dan vaak meer gesloopt worden of extra tunnels worden aangelegd). Wordt gekozen voor de goedkoopste en/of meest efficiënte optie, dan gaat dit mogelijk ten koste van het stadsaanzicht, of specifieke gebouwen die in de weg staan. Sommige gemeentes zien de Buitenring liever helemaal aan de buitenrand van de eigen gemeente lopen en andere willen de Buitenring het liefst aan laten sluiten op bestaande grotere wegen. Dan spelen ook nog zaken als: op welke hoogte wordt de weg aangelegd, waar moete
n viaducten of tunnels komen etc. Een grove schatting geeft aan dat de bouwkosten ergens tussen €180 miljoen en €500 miljoen (prijspeil 2007) komen te liggen, afhankelijk van de te maken keuzes. En alsof dat nog niet genoeg is: de Buitenring zal in Brunssum mogelijkerwijs ook in de buurt van Afcent komen, waardoor deze – waarschijnlijk via het Ministerie van Defensie – ten aanzien van de tracékeuze een niet onbelangrijke stem in het kapittel krijgt.
Eind 2008 nemen Provinciale Staten een definitieve beslissing. De komende maanden ga ik dan ook gebruiken om met zoveel mogelijk lokale en provinciale bestuurders, gemeenteraden, bewonersverenigingen en ondernemers te praten over hun mening ten aanzien van de wenselijkheid en ligging van de Buitenring. Natuurlijk zal het definitieve besluit van Provinciale Staten niet iedereen zijn zin geven, maar mijn streven is om:
* voor inwoners van Parkstad een duidelijk meetbare vermindering van de verkeersbelasting t.g.v. doorgaande verkeer te realiseren
* de toegankelijkheid tot bedrijven en bedrijfsterreinen in de Parkstad te verbeteren
* de natuurcomponent na de inrichting van de Buitenring er beter te laten uitkomen dan nu het geval is.
Nieuwjaarsbijeenkomst PvdA Limburg
Hoofdgast tijdens de bijeenkomst was onze nieuwe partijvoorzitster Lilianne Ploumen. Lilianne komt oorspronkelijk uit Maastricht. Ook landelijk PvdA-bestuurslid Guido Reehuis, tevens raadslid van de PvdA uit Maastricht, was aanwezig. Notabene op zijn eigen verjaardag!
Voorafgaand aan het Nieuwjaarstreffen was er een korte bespreking tussen de het gewestbestuur, de Statenfractie en Lilianne. Daar ging het om de politieke actualiteit en een aantal onderwerpen waar wij vanuit Limburg bij het partijbestuur specifiek aandacht voor vragen. Aan de orde kwamen onder meer de gemeentelijke herindelingen in Noord- en Midden Limburg en de PvdA burgemeesters in Limburg.
Het treffen was vooral een gelegenheid om bekenden weer even te begroeten en
Opvallend was een toespraak van een lid van de Jonge Socialisten. De JS-afdeling
zondag 23 december 2007
Prettige kerst en een goed nieuwjaar!
dinsdag 18 december 2007
Provinciale Statenvergadering van 14 december 2007
Reden voor de camera's is een proef met internetvideo: afgelopen vrijdag kon iedereen die dat wilde vanaf zijn eigen PC de hele vergadering in beeld en geluid live volgen. Aardig daarbij was dat de vergaderstukken waarover op dat moment gesproken werd, op hetzelfde PC-scherm in te zien waren. Zo - dat werd in ieder geval gehoopt - hadden kijkers de mogelijkheid om een debat ook inhoudelijk te volgen.
Omdat ik in de zogeheten Klankbordgroep Communicatie van Provinciale Staten zit die de proef moet evalueren, heb ik een paar mensen - waaronder mijn vader - gevraagd om de vergadering vanaf het internet te volgen. De commentaren waren overwegend positief, al blijkt dat het weinig nut heeft om de lijvige vergaderstukken integraal aan de kijker aan te bieden. Dit soort vergaderstukken moet je 'leren lezen'. Het zou veel handiger zijn als er naast de spreker alleen een korte samenvatting van het probleem (aanleiding - achtergrond - onderwerp van debat) werd gepubliceerd. Wie echt geinteresseerd is, kan altijd nog via een link bij de complete vergaderstukken komen.
Ik kan mij voorstellen dat mensen zeggen: Waarom wist ik niets van die internetuitzending af? Klopt, de uitzending is niet wijd bekend gemaakt. Het ging namelijk om een technische proef: werkt het wel en wat kan beter? Mocht de proef positief geevalueerd worden, dan bestaat de kans dat vanaf voorjaar 2008 alle Statenvergaderingen live te volgen zijn. En dan maar hopen op een beetje redelijke kijkcijfers...
Inhoudelijk stonden vier serieuze onderwerpen op de agenda:
1. subsidie aan gemeentes voor de installatie van een defibrillator (kortweg AED) op brandweerauto's
2. een wijziging in de reglementen van de waterschappen
3. mogelijke verlenging van de proef met gratis OV voor 65+ in Parkstad
4. uitvoeringsprogramma jeugdzorg.
Verreweg de meeste commotie zorgde het eerste agendapunt: een initiatief van de VVD waarin werd voorgesteld dat de provincie iedere gemeente 1250 euro geeft om hen er zo toe te bewegen op gemeentelijke brandweerauto's een defibrillator te plaatsen. Ik ga hier nu niet de hele uiteenzetting geven waarom coalitiepartijen PvdA, CDA en PNL dit initiatief (tijdelijk) hebben geblokkeerd. Er staat een uitstekende samenvatting op de PvdA-homepage onder de titel: 'De defibrillatordiscussie' (klik op de link om naar het betreffende artikel op de gewestwebsite van de PvdA te gaan).
De tweede discussie betrof het reglement van de waterschappen. Huh? Juist ja: het draaide om de precieze zetelverdeling in het bestuur van de waterschappen na de aanstaande verkiezingen.
Een deel van de zetels zijn zogeheten 'geborgde zetels', d.w.z. deze zijn toebedeeld aan specifieke organisaties die weer een specifiek watergerelateerd belang vertegenwoordigen. Er zijn in totaal 9 geborgde zetels. De overige plekjes worden verdeeld obv publieke verkiezingen.
Welnu: er is een langlopende strijd gaande tussen de organisaties voor de landbouw, de natuur en het bedrijfsleven over hoeveel zetels ieder van hen krijgt. De samenstelling van het bestuur kan duidelijke gevolgen hebben voor het beleid van de waterschappen ten aanzien van toegestaan waterverbruik, hoogte van tarieven, vrijstellingen en dergelijke.
Traditioneel bedingt de landbouwsector 4 van de 9 zetels. In de verschillende voorstellen die vrijdag werden besproken, zou de industrie ofwel 4 (voorstel VVD) of 3 zetels krijgen. Dan bleef er 1 zetel over voor de natuurorganisaties. Vooral de VVD hield lang vast aan de 4-4-1 optie. Haar redenening was dat de industrie ook het grootste aandeel in de financiele opbrengst van de waterschappen aanlevert. De linkse partijen stelden daar tegenover dat dat ook niet meer dan logisch is. Immers: de vervuiler betaalt. GroenLinks, SP en PvvD zagen zelf meer in een 3-3-3-verdeling.
Na een reeks van over-en-weer beschuldigingen dat de belangen van de natuur of de industrie geschaad werden en dat de landbouw er - weer eens - heel makkelijk vanaf kwam, moest er een beslissing geforceerd worden. Als PvdA weten we natuurlijk ook hoe sterk onze coalitiepartner CDA met de landbouwsector verweven is. Dat is een politieke realiteit. Ons gezamenlijk voorstel werd dan ook een 4-3-2 verdeling. Op die manier krijgen de natuurorganisaties (die ook weer deelbelangen hebben) in ieder geval ook een grotere stem. GroenLinks, SP, D66 en PvdD gingen uiteindelijk - zij het met enige tegenzin - met ons mee.
De SP kwam daarna met het voorstel om de proef met gratis OV in de regio Parkstad te verlengen tot na de zomer. Op die manier zouden de onderzoeksgegevens meer betrouwbaar zijn. PvdA-gedeputeerde Bert Kersten ging daarin mee: hij stelde nog eens 250.000 euro beschikbaar op voorwaarde dat de gemeenten van de Parkstad ook hun deel zouden dragen. Overleg met Veolia moest ook nog worden afgerond. Het voorstel werd na korte tijd bij meerderheid aanvaard.
NIEUWS: inmiddels weten we dat de gemeente Kerkrade alsnog besloten heeft om niet met een verlenging mee te doen. De redenen zijn vooralsnog niet duidelijk. De vraag is nu of de andere gemeente het ontstane financiele gat willen dichten of dat de proef begin komend jaar alsnog abrupt eindigt.
Het laatste onderdeel van de vergadering betrof een voortgangsrapportage naar aanleiding van de onlangs gehouden conferentie over de jeugdzorg. Omdat dit onderwerp binnenkort opnieuw op de agenda staat, zal ik later een uitgebreider verslag maken.
donderdag 13 december 2007
Toch gelukt: oversteek Lutterade komt er!
Het bewonersplatform Geleen-West (waar ik voorzitter van ben) is erg blij met deze uitkomst. We hebben er drie jaar over gedaan om onze boodschap in het belang van onze kinderen en ouderen door de politiek geaccepteerd te krijgen. We zijn dan ook tevreden dat de fracties het belang hebben ingezien en het nu dus ook definitief ondersteunen. De kosten voor de aanleg worden tussen de gemeente en de provincie gedeeld. In 2008 moet de aanleg afgerond zijn.
Werkbezoek aan Eijsden
1. de dreigende/mogelijke komst van een wietboulevard naar de gemeente,
2. de bouw van een nieuwe energiecentrale direct aan de Belgische grens met Eijsden
3. een lopend experiment met de treinverbinding tussen Maastricht en Luik.
Het blijkt maar weer eens hoe belangrijk werkbezoeken zijn: je moet er echt
zijn geweest om specifieke lokale problemen en situaties te begrijpen en daarop dan ook politiek te reageren. Vanaf papier kun je over het algemeen gemakkelijk en snel besluiten. De consequenties worden doorgaans in redelijk abstracte termen beschreven en staan meestal in het teken van "het hogere doel". Dat is niet zelden: vervelend voor de een, maar goed voor de wijdere gemeenschap. De kans bestaat dan echter dat je uit onwetendheid over de feitelijke situatie voorbij gaat aan heel gegronde bezwaren van een minderheid, alleen om de meerderheid te plezieren.Mijn collega Alouis Heijmans heeft ons bezoek aan de beoogde locatie voor de wietboulevard (aan de Oosterweg precies naast het recreatiepark Oost Maarland aan de Maas) zeer treffend beschreven. Burgemeester Leers zegt van plan te zijn op die plek een gebouw van 2000 m2 neer te zetten, met 700 parkeerplaatsen. Dat komt neer op gemiddeld 3500 wietkopers per dag, met uitloop op piekdagen naar 5000 bezoekers. De door Alouis gemaakte opmerkingen en conclusies zijn helemaal de mijne. Om die reden heb ik zijn samenvatting hieronder overgenomen:
...En dan gaat de vlam in de pan als het gaat om de verplaatsing van 15 koffieshops uit de binnenstad van Maastricht. Burgemeester Leers in persoon is de overlast van het
drugstoerisme uit België en Frankrijk meer dan beu. De oplossing wordt nu gezocht in de aanleg van een “wietboulevard” naar de rand van de stad, pal op de grens met Eijsden. Een boulevard, een weidse benaming, maar bedenkend dat hier 3 koffieshops met een oppervlakte van maar liefst 2.000 m² gebouwd gaan worden met een capaciteit van zegge en schrijven 700 parkeerplaatsen, op een oppervlakte van 8 ha, dan kun je je wel wat bij die term voorstellen. Dan hou je dus rekening met een toestroom van duizenden bezoekers per dag. De Belgische buurgemeente Visé is mordicus tegen een koffieshop, zo dicht bij de landsgrens. Ze dreigen alle contacten met Eijsden op te schorten, terwijl op het gebied van recreatie en toerisme de streek veel te bieden heeft.De locatie die Maastricht op het oog heeft, ligt op een mooi plekje pal langs de Maas aan de Oosterweg. Die weg is ook een drukke doorgaande schoolroute. Op een steenworp afstand van recreatiepark met dagstrand: Oost Maarland. Deze trekt jaarlijks 70- 80.000 bezoekers. Geliefd bij talloze gezinnen uit Maastricht en omgeving. Ik kan me eerlijk gezegd de zorgen heel goed voorstellen van de ondernemer en van andere recreatiebedrijven in de buurt. Ook al zou er niet direct overlast ontstaan voor de gasten, dan nog is het qua presentatie geen visitekaartje om een mega koffieshop als buur te hebben. 700 parkeerplaatsen, lijkt me inderdaad wel het formaat van een meubelboulevard.
Afgezien daarvan vraag ik me af in hoeverre de drugsoverlast in Maastricht dan daadwerkelijk tot het verleden zal gaan behoren. Legale koffieshops moeten zich aan strenge regels houden; als het goed is worden ze daar ook streng op gecontroleerd. De illegale handel is een heel ander hoofdstuk. Bekend fenomeen zijn de drugsrunners die de klanten al bij de grens ophalen en hen naar de dealers brengen. Gaat men er van uit dat met verplaatsing van koffieshops de handel in harddrugs ook tot het verleden zal gaan behoren? Is met de komst van een wietboulevard alle overlast in woonbuurten waar dealers en drugsverslaafden zich ophouden dan ook voorbij? In Weert is een koffieshop gevestigd in het gemeentehuis, naast de afdeling voorlichting. Heeft drukke klandizie, maar geen centje pijn.
We begrijpen uit de toelichting dat het hier om een tijdelijke oplossing van 3 jaar zou gaan. Dan wordt de locatie verplaatst richting bedrijventerrein Maastricht- Eijsden. In de verte kun je vanaf de Oosterweg die lelijke witte dozen zien liggen. Worden er geen welstandseisen gesteld aan bedrijfspanden? Dat noemen ze nu verrommeling van het landschap. Maar een investering van die omvang voor een periode van maar 3 jaar? Is het misschien een manier om zo bezwaar- en beroepsprocedures te kunnen omzeilen? Burgemeester Leers mag zelf in dit dossier de besluiten nemen, zo wordt ons meegedeeld.
Het wordt toch werkelijk eens tijd dat de fracties van PvdA Eijsden en Maastricht met elkaar aan tafel gaan zitten om in alle openheid de zaak door te praten. Is er wel eens een goede analyse gemaakt van de problemen om op basis daarvan tot oplossingen te komen? Ik neem aan van wel, maar PvdA Eijsden is daar in ieder geval niet van op de hoogte.
In Eijsden is men ook niet blij met de komst van een grote nieuwe energiecentrale pal op de Belgisch-Nederlandse grens, nabij Vise. De Eijsdense fractie vertelt ons dat er geen groot bezwaar bestaat tegen de energiecentrale zelf, maar wel tegen de geplande bouw van een of twee 125 meter hoge koeltorens. Ter vergelijking wordt gewezen naar de hoogste toren van de ENCI, die 'nog maar' 80 meter hoog is. De koeltorens betekenen een grote horizonvervuiling in een gebied dat grote toeristische waarde heeft. Er wordt wat afgefietst en gewandeld tussen Eijsden en de Voerstreek.
Als argument voor de torens wordt gezegd dat alleen op die manier voorkomen wordt dat 's winters de snelweg aanvriest en er een constante mist over het traject Eijsden-Vise komt te liggen. Achtergrond hiervoor is dat de centrale gekoeld moet worden en men hiervoor slechts beperkt gebruik mag maken van het water uit de Maas (anders sterven planten en dieren). Bouw je een lage koeltoren, dan bestaat de kans dat op sommige momenten de waterdamp over het omliggende gebied blijft liggen. Dat leidt dan weer tot de vorming van rijp op de snelweg en dat is gevaarlijk. Klinkt logisch. Maar de Eijsdense fractie en wij (de Statenleden) vragen ons af of er serieus nagedacht is over mogelijke alternatieven. Ik ben natuurlijk geen technisch expert, maar uit eigen werkervaring weet ik bijvoorbeeld redelijk veel over lopende grootschalige experimenten waarbij 's zomers de warmte van snelwegasfalt in de grond wordt opgeslagen, om deze in de winter te gebruiken als natuurlijk alternatief voor strooien. Dit blijkt nu al zo effectief, dat men denkt het zelfs op bruggen te kunnen toepassen. In landen als Duitsland en Oostenrijk wordt al serieus erover nagedacht om het strooien met zout en grind op termijn te verbieden. Is een soortgelijke constructie niet ook in het geval van de energiecentrale bij Eijsden mogelijk? Het begied is toeristisch zo waardevol, dat we ons zeker niet zomaar moeten neerleggen bij de eerste de beste standaardoplossing.
Het derde probleem dat men in Eijsden aan ons voorlegt is een lopend experiment van de NS om tussen Maastricht en Vise een snelle treinverbinding te hebben. In het verleden reed er ieder half uur een boemeltje dat ook de plaatsen Vise en Eijsden aandeed. Deze plaatsen worden in het experiment overgeslagen. De NS geeft aan dat nu al blijkt dat de snelle verbinding economisch rendabel is. In simpele bewoordingen: er zitten genoeg passagiers in de trein.

De Eijsdenaren zijn nu bang dat na afloop van het experiment de stoptrein in Eijsden definitief vervalt. En dat zou vreemd zijn. Enerzijds omdat mensen uit Eijsden die via station Maastricht verder naar het noorden willen, door het experiment stelselmatig hun aansluiting missen. In plaats van 8 minuten treinreis tot station Maastricht zit men nu tenminste 20 minuten in de bus en tijdens de spits nog langer. Daarbij komt ook nog dat de trein zelf - in ieder geval in de ochtend- en avonduren - nog steeds datzelfde verouderde Belgische boemeltreintje is van voorheen. Het stopt alleen niet meer in Eijsden. De Eijsdense belangengroep die ons dit vertelt, vraagt zich dan ook af waarom datzelfde boemeltje niet ook gewoon weer 1 minuut in Eijsden kan stoppen. Contact met de NS blijkt zeer moeilijk (ken ik zelf uit ander verband maar al te goed!). Het enige antwoord van die kant is: stoppen in Eijsden is te duur. Dat snap ik niet. Bij vertrek belooft de Statenfractie over dit punt nadere vragen te gaan stellen bij de verantwoordelijke gedeputeerde. Wordt vervolgd.
maandag 3 december 2007
TV spot Politiek Moment L1
Deze keer was het dus mijn beurt: mijn passies buiten de politiek zijn 'Brussel' en 'schermen'. Brussel, omdat ik hier meerdere jaren heerlijk gewoond heb en die stad voor mij een grote aantrekkingskracht heeft. Het bruist, het is internationaal en je kunt er heerlijk eten en uitgaan. Bovendien is het - buiten de spits - maar een uurtje rijden. De internationale cultuur vind ik echt heel bijzonder: mensen vanuit alle hoeken van de wereld en en stortvloed aan verschillende talen. Nu heeft Belgie zo zijn eigen taalproblemen, maar in Brussel gaan de verschillende talen en culturen in het dagelijkse leven schijnbaar soepel met elkaar om. Voor zover ik weet, kom je dit alleen nog in Londen tegen. Maar genoeg over Brussel, want daar werd het spotje - om kostentechnische redenen - uiteindelijk niet opgenomen.
Mijn andere passie is schermen. Ik werd fan van deze sport door een boek uit mijn kindertijd: 'Degens in het Duister' van Dick Dreux. Van daaruit loopt er een rechtstreekse lijn via Sandokan, de Drie Musketiers en de Scarlett Pimpernel naar mijn schermschool aan de universiteit in Leiden. Mijn wapen is het sabel. Niet verwonderlijk, denk ik. Na mijn studietijd ben ik nog een hele tijd blijven schermen, maar de combinatie werk-gezin-politiek zorgt er uiteindelijk voor dat je je prioriteiten anders gaat leggen.
Welnu: voor de TV-spot zijn we naar Herten gereden, naar schermschool Elan. Daar waren ze helemaal voorbereid op onze komst. De secretaris van de club is sabelschermer en hij had ook een schermpak voor mij meegenomen. Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik een jaar geleden mijn oude schermpak had weggegooid omdat ik er niet meer (helemaal) in paste. Ik had zelf wel mijn oude wapen en masker meegenomen. Het maken van de opnames was intensief: ik was bek-af. Vooral leuk waren de opnames waarbij er een ander masker voor de camera werd gehangen en het leek alsof ik tegen de de kijker zelf aan het schermen was. Mijn enthousiasme over het schermen is weer helemaal terug! Schermschool Elan: bedankt!!
De schermopnames werden vervolgens gecombineerd met een aantal opnames uit het Gouvernement. Waarom provinciale politiek mijn passie is? Waarom juist de provincie? Wat wil ik veranderen? Over de antwoorden hoefde ik niet lang na te denken. Ik erger mij eraan dat we als provincie wel no. 2 zijn op de landelijke ranglijst van meest aantrekkelijke vakantiegebieden, maar dat het ons blijkbaar niet lukt om mensen vast te houden en hier te laten wonen. Dan krijg je situaties als die van Vodafone een paar weken geleden, die vanwege ontbrekend gekwalificeerd personeel nu weer een deel van haar activiteiten naar de Randstad verkast. Op die manier worden we vanzelf een krimpende en vergrijzende provincie. Gedeputeerde Staten moeten nu maar eens een gedegen onderzoek doen wat er voor nodig is om mensen naar hier te halen: is het een ontbrekend uitgaansleven? Dan moeten we daar wat aan doen! Is het een slechte huizenmarkt? Dan moeten we dat oppakken! Ontbreekt het aan bepaalde voorzieningen voor jonge ouders of is de fysieke afstand tussen voorzieningen te groot? Doen, doen, doen!
vrijdag 30 november 2007
De strijd om een veilige oversteek in Lutterade
Waar gaat het om: In 2001 heb ik - samen met enkele anderen - het bewonersplatform Geleen-West opgericht. Dit platform bestaat uit de besturen van 5 wijkverenigingen/buurtplatforms. Die wijken werden in het verleden regelmatig door diverse overheden en ook particuliere bedrijven min-of-meer tegen elkaar uitgespeeld als het ging om het behoud van de leefbaarheid en veiligheid in dat gebied. Het bewonersplatform is heel effectief gebleken: we zijn inmiddels een vast aanspreekpunt geworden en ook de gang naar de Raad van Staten (conflicten met industrieterrein Chemelot) hebben we al meermaals succesvol gemaakt.
Een zaak waar we ons als platform al sinds 2004 zorgen om maken, is de spoorwegovergang Lutterade in Geleen. Die overgang vormt een centrale verbinding tussen de wijken aan de westkant van Geleen en het centrum. Direkt naast het spoor ligt de nieuwe Westelijke Randweg die de zuidkant van Geleen (zeg maar: vanaf de afslag A2) verbindt met Sittard. Op deze manier wordt de oude Rijksweg, die dwars door Geleen loopt, gedeeltelijk ontlast. De Randweg wordt ook de belangrijkste verbindingsweg met het ziekenhuis dat nu nog in aanbouw is. Jammer genoeg ligt de Randweg ook in een druk bebouwd gebied. Dat heeft een aantal consequenties: precies op het punt waar de spoorwegovergang Lutterade en de Randweg bij elkaar komen, wordt de zogeheten wettelijke fijnstofnorm al structureel fors overschreden. Daarnaast maken ook nog eens vele honderden mensen per dag gebruik van de spoorwegovergang om van de wijken Lindenheuvel, Zeeheldenbuurt en Maastrichterbaan naar de Geleense binnenstad te komen. Volgens de nieuwste tellingen gaat het in de spitsuren om meer dan 550 mensen per uur: jong en oud, met fiets, te voet of rollator. Deze mensen moeten eerst wachten voor de spoorbomen en dan 5 meter verder nog eens voor een stoplicht dat gemiddeld 57 keer per uur op rood springt. Het oorspronkelijk aantal auto's dat dit punt moet passeren was oorspronkelijk geschat op 14.000 per jaar met een gemiddelde stijging van max. 1% per jaar. Die schattingen zijn inmiddels alweer achterhaald. De nieuwe stijging bedraagt tenminste 5,6% per jaar. Had ik al gezegd dat de Randweg ook de enige centrale toe/afvoer wordt voor het nieuwe ziekenhuis tussen Sittard en Geleen dat volgend jaar gereed komt? Het aantal auto's zal daardoor beslist nog veel sneller stijgen.
Als je alle opties bekijkt, kom je tot de conclusie dat de huidige oversteekplaats ronduit gevaarlijk is. Dat is door twee onahankelijke bureaus ook bevestigd. De enige werkbare oplosing is een ongelijkvloerse kruising, zodat vooral voorkomen wordt dat wachtende overstekers (denk met name aan: overstekende jeugd op weg naar school terwijl het regent) kuddegedrag gaan vertonen en zomaar gaan oversteken. De auto's op dat punt mogen daar overigens officieel 50km/h rijden. Ik herinner mij nog de opmerking van de projectleider uit die tijd, dat de bocht op die plek feitelijk leidt tot een snelheid van 30 km/h. Niets om je zorgen over te maken. Inmiddels heb ik al menig automobilist die oversteekplaats als persoonlijk racecircuit zien gebruiken.
Enfin, onderstaand is de inspraaktekst die ik voor de commissievergadering heb geschreven. Hij is voorgelezen door Frans Geurts (vertegenwoordiger van de wijk Zeeheldenbuurt), omdat ik (ook al ben ik voorzitter van het platform) het niet goed vind om als Statenlid met binding tot een van de lokale coalitiepartijen ook nog eens het woord te voeren.
Geachte commissieleden Stad & Wijk,
De problematiek rondom de “oversteek station Lutterade” telt nu bijna zijn derde verjaardag. Drie jaar geleden vroegen vijf wijken in Geleen-West – verenigd in het Bewonersplatform Geleen-West - bij alle individuele fracties aandacht voor een situatie die volgens ons onverantwoord en ontoelaatbaar is. De situatie ontstond door de aanleg van de Westelijke Randweg, pal naast de spoorovergang.
Even een paar cijfers, zodat we allemaal weer weten waar het over gaat:
Uw eigen recente tellingen geven aan dat op de spitsuren in de ochtend en avond meer dan 550 mensen per uur op precies deze plek het spoor en de Randweg oversteken. Het gemiddelde over de hele ochtend is 356 en over de middag 395. In een uur tijd wisselt het stoplicht bij station Lutterade gemiddeld 57 keer op rood omdat mensen moeten oversteken.
Toen wij jaren geleden met de toenmalige wethouder en de projectleider spraken, gaven zij aan dat Randweg berekend was op een intensiteit van zo’n 14.000 auto’s per etmaal. Daar zou hooguit een procentje per jaar bijkomen. Nu blijkt uit gemeentelijke stukken dat het gemiddeld aantal verkeersbewegingen bij Lutterade binnen 12 jaar stijgt naar meer dan 23.000 voertuigen. Auto’s en vrachtwagens. Dat is een stijging van 65% tussen nu en 2020 ofwel een stijging van 5,6% per jaar. En daar zal het echt niet stoppen!
Waarom zijn wij hier? In ieder geval niet om alle argumenten voor een ongelijkvloerse oversteek nog eens de revue te laten passeren. U heeft ze al vele keren gehoord en als u nog steeds niet overtuigd bent, dan stellen wij dat u: ofwel nooit de moeite hebt genomen om ter plaatse eens te gaan kijken, ofwel u denkt meer kennis over verkeersveiligheid te hebben dan bureau BHV die de oversteek Lutterade als duidelijk verkeersonveilig heeft gekwalificeerd. Een derde reden – en dat laatste hopen en verwachten wij zeker niet – zou nog kunnen zijn dat u de veiligheid en leefbaarheid van de mensen in Geleen-West niet zo heel erg interesseert.
We willen u hier en nu alleen aan een paar kleine punten herinneren:
De Raad heeft zich 2,5 jaar geleden vrijwel unaniem uitgesproken voor een verkeersveilige oversteek bij Lutterade. U heeft in die vergadering zelf bevestigd wat in het BHV-rapport stond en ook onze mening is: de huidige oversteek is onveilig.
Tegen diegenen die roepen: “Het gaat toch niet om zoveel auto’s” zeggen wij het volgende. Nog is de Randweg niet volledig in gebruik. Dat gebeurt pas als de Randweg na volgend jaar de centrale verkeersader wordt van het nieuwe ziekenhuis. De weg wordt dan niet alleen meer gebruikt door lokaal Sittard-Geleen’s verkeer, maar ook door verkeer vanuit een groot aantal omliggende gemeenten. Bovendien bent u als gemeente zelf bezig met het ontwikkelen van plannen om de verkeersbelasting in de Augustinusstraat en Mauritslaan aan te pakken door nog meer auto’s en vrachtverkeer over de Randweg te leiden.
Tegen degenen die zeggen: “Waarom plaatsen we niet gewoon een permanente VRI met een paar flitspalen?” zeggen wij: u begrijpt duidelijk niet waar het probleem ligt. Ja, ook wij hebben vastgesteld dat op de Randweg nu al stelselmatig te hard wordt gereden, tot aan 100km/h toe. Dat gaat door tot aan het stoplicht en als het licht op groen staat, dan wordt de oversteek vaak tot een aardige chicane voor onbesuisde rijders. Het punt is echter: vanuit verkeersveiligheidperspectief ligt het probleem niet bij de autorijders! De meesten stoppen wel als het sein op rood staat. Het probleem ligt hem erin dat op dit moment de fietsers en voetgangers op een afstand van nog geen 20 meter 2 barrières hebben: de slagbomen bij het spoor en het stoplicht voor de Randweg. Zodra er veel mensen tegelijkertijd tussen spoor en Randweg staan om over te steken – en zeker bij slecht weer en in het donker – dan bestaat er een serieus risico op groepsgedrag. Als de eerste zich niets van een rood licht aantrekt, doen de anderen dat ook niet meer, ongeacht of het stoplicht voor auto’s op rood of groen staat. Een VRI of een flitskast staat wat ons betreft gelijk aan verkwisting van belastinggeld.
we herinneren u ook nog even aan het oorspronkelijke doel van de Westelijke Randweg en de manier waarop de weg in het verleden aan de burgers van deze stad is verkocht: “een doorgaande route tussen Sittard en Geleen die de binnenstad ontlast.” Nu staan er 2 stoplichtinstallaties op net 30 meter van elkaar. Van doorgaand verkeer is geen sprake. Ik roep nog eens in herinnering dat het huidige stoplicht bij de oversteekplaats gemiddeld 57 keer per minuut op rood schakelt om mensen te laten oversteken. Als we de plannen en ideeën mogen geloven, dan gaat u in toekomst het auto- en vrachtverkeer over de Randweg nog verder stimuleren. We weten echter allemaal dat op dit moment al de landelijke fijnstofnorm op Lutterade structureel wordt overschreden. Extra verkeer, plus een gelijkvloerse kruising - of zelfs helemaal geen oversteekvoorziening - leidt tot nog hogere overschrijding van de wettelijke norm. Als u voor iets anders dan een ongelijkvloerse oversteek bent, werkt u feitelijk actief mee aan het verder overtreden van de wet. Dat kan niet en dat mag niet. En wij denken: dat wilt u ook niet! Als bewonersplatform zullen we deze ontwikkeling nauwgezet in de gaten houden en daarop desnoods reageren.
Ons laatste herinneringspunt: iedereen die meent dat mensen toch ook gewoon via de Tunnelstraat kunnen gaan, weet gewoon niet waar hij/zij over praat. De afstand is meer dan 400 meter langer dan de huidige oversteek en heeft 2 flinke hellingen. Die zijn voor veel – vooral oudere - mensen helemaal niet begaanbaar. De wegen naar de tunnel en de tunnel zelf zijn uit sociaal oogpunt onveilig en de tunnel heeft daarnaast maar een beperkte doorvoercapaciteit. Nog belangrijker: hoewel de nieuwe rotonde op de Mauritslaan uitstekend lijkt te werken voor auto’s, is hij voor fietsers nu al ronduit gevaarlijk. Ze hebben op de rotonde voorrang, maar krijgen deze haast nooit: daarvoor is de rotonde te druk met dubbele rijen auto’s die van baan verwisselen en is het fietspad te onoverzichtelijk. Afgelopen maandag is op de rotonde nog een ongeluk gebeurd doordat een automobilist een fietser uit de Henri Hermanslaan gewoonweg niet zag. Dit soort situaties ontstaan op de rotonde haast continu. Stel u zich nu eens voor dat daar hele groepen fietsers op spitsuur om die rotonde heen cirkelen?! Dat is vragen om nog meer problemen. Los daarvan is de kruising onderaan de Tunnelstraat/Mauritslaan/ Mijnweg tijdens spitsuur al enorm druk en er zijn regelmatig aanrijdingen. Metandere woorden: wie de oversteek verplaatst van Lutterade naar de Mauritslaan, verplaatst alleen het probleem.
Dames en heren, ik sluit af:
Ons bewonersplatform vraagt u om een ongelijkvloerse oversteek bij Lutterade. Wij voelen ons gesteund door objectieve rapporten van bureau BHV en de zienswijzen van de Fietsersbond, het Gehandicaptenplatform, het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Limburg en anderen. Ik wil in dat verband nog opmerken dat wij als platform nooit gepleit hebben voor 1 specifieke ongelijkvloerse oplossing. Dat is eerder wel door anderen gesuggereerd, maar laat ik duidelijk zijn: daar gaan wij niet over. Dat is uw taak, niet de onze. Wij hebben dat ook steeds gezegd toen er telkens verschillende varianten gepresenteerd werden.
We stellen aan de andere kant wel vast dat het voorstel van wethouder Widdershoven precies voldoet aan en ingaat op onze vraag om een structureel veilige oversteek. We zijn erg blij dat de provincie de problematiek ook ziet en bereid is om een deel van de financiering op zich te nemen. We hebben begrepen dat er nu uit financieel oogpunt geen obstakel meer bestaat voor het plan van mevrouw Widdershoven. Wij vragen u: steun haar voorstel en laten we eindelijk de oversteek Lutterade veilig maken.
zaterdag 24 november 2007
Wat wil Van Rey?
Mijn collega Selcuk Ozturk (gemeenteraadslid in Roermond en oud-Statenlid) en ik hebben daarop besloten om Van Rey van repliek te dienen. Waarom deze aanval op Vogelaar? Toen ex-partijgenoot Rita Verdonk nog de portefeuille Integratie en Vreemdelingenbeleid had, hoorde je hem hier niet een keer over. Enkele maanden geleden nog hield Van Rey zijn collega Statenleden nog voor toch niet altijd alleen maar de hand op te houden en te bedelen in Den Haag om meer geld, maar vooral zelf de handen uit de mouwen te steken.
In het opiniestuk doet Van Rey niets anders dan klagen en tegelijkertijd zijn hand ophouden. Los daarvan, Van Rey betrekt de discussie rechtstreeks op Roermond, een stad waar hij weliswaar wethouder is, maar niet de portefeuillehouder voor integratie. Dus waarom deze actie en waarom nu?
Onderstaand de tekst van de reactie op het opiniestuk:
Wethouder Van Rey op zoek naar nieuwe missie?
Geachte heer Van Rey,
Het lijkt wel of de (Roermondse) wereld op zijn kop staat: in uw opiniestuk afgelopen woensdag klaagt u over het vermeende gebrek aan panklare oplossingen van minister Ella Vogelaar - om integratievraagstukken in het Roermondse, waar 12% niet-Westerse allochtonen wonen - op te lossen. Hmmm, bent u niet de wethouder en het Statenlid dat een paar maanden geleden alle provinciebestuurders (en vooral de nieuwe coalitie in het Provinciehuis) opriep om niet als zeurpiet naar Den Haag te gaan, maar zelf de handen uit de mouwen te steken? Uw betoog getuigt daar in ieder geval niet van.
Is het niet ook zo dat tijdens het vorige kabinet, waarin mevrouw Verdonk de portefeuille ‘vreemdelingenbeleid en integratie’ onder haar vleugels had, Roermond ook niet behoorde tot de steden die van dat kabinet extra aandacht kreeg op dit terrein? Toen hield u zich verdacht stil.
Geef een ander de schuld en je bent er mooi vanaf. Dat dacht u zeker toen u het betreffende opiniestuk schreef. Overigens, hoe staat de wethouder die integratie ook echt in zijn portefeuille heeft, tegenover uw opiniestuk? Want eigenlijk gaat u helemaal niet over het Roermondse integratiebeleid nietwaar?!
We zouden de negatieve energie die u met het stuk laat zien liever willen omkeren: U bent al bijna 10 jaar wethouder in Roermond en niemand zal ontkennen dat u op een aantal terreinen veel voor elkaar heeft gekregen voor deze gemeente. Als u nu eens eenzelfde positieve inzet zou tonen op het dossier ‘allochtonen’ waar u tot nu helemaal niets heeft betekend?
Om u op weg te helpen hebben we ook nog een suggestie: meneer Van Rey, waarom neemt u uw eigen VVD-fractievoorzitter Dré Peters niet als voorbeeld? Ook hij heeft een mening over allochtonen. Maar hij is wél iemand die dagelijks contact heeft met deze groep mensen. Alle respect voor de heer Peters die mét de mensen praat, in plaats van over de mensen. Ga vervolgens eens mét (in plaats van: over) de bewoners van het Roermondse Veld praten, om te kijken wat er werkelijk leeft en zoek dan samen naar oplossingen voor de bestaande problemen. Meneer Van Rey: kom op, klaag niet langer, maar steek zelf de handen uit de mouwen…
Selçuk Öztürk, namens de Roermondse PvdA-fractie
Roy Pennings, namens de PvdA Provinciale Statenfractie
donderdag 15 november 2007
Statenvergadering 9 november
Belangrijkste punt van de vergadering betrof de begroting 2008. Een belangrijk verschil met voorgaande jaren was dat het voorliggende stuk alleen de principes en prioriteiten nog eens duidelijk vastlegde. De fracties konden de GS-prioriteiten nu vergelijken met de eigen 'wensenlijstjes' en deze laatste nog eens voor het voetlicht brengen. Terwijl in andere jaren ook meteen de detailinvulling van individuele begrotingsposten werd besproken, gaan we deze keer dit punt - met de daaraan gekoppelde meetbare resultaten - pas in januari afhandelen. De opsplitsing leidt tot een stuk efficientieverbetering.
Ik heb mijn voorbereidingstijd vooral gebruikt om tekstinput te leveren aan fractievoorzitter Peter van Dijk. Omdat versterking van de internaionale samenwerking een van de onderwerpen is waar ik mij bezig houd, is mijn inbreng ook vooral gebaseerd op wat ik heb gezien tijdens het werkbezoek bij de Bezirksregierung in Dusseldorf (zie eerdere weblog). Greenport moet een duidelijkere internationale uitstraling hebben. Geen "Greenport Venlo" dus, maar "Greenport Maas-NiederRhein" wat mij betreft.
Verder wil de fractie dat GS eindelijk werk maken van een gedegen analyse (met actieplan) waarom het zo moeilijk is voor bedrijven als Nedcar (waar nu weer 400 banen extra komen) en Vodafone om goed opgeleide mensen te vinden. Blijkbaar zijn we als provincie wel in trek als het gaat om een kortstondige vakantie, maar wonen/werken: ho maar. Dat kan toch niet! Ik zie dit zelf als een belangrijk argument om eindelijk te stoppen met die nutteloze discussie over de vergrijzende en krimpende bevolking in onze provincie. Vergrijzing en krimp zijn geen verdienste, maar tekenen van onmacht en gebrek aan visie. Die krimp zou er niet zijn als we de mensen - waar duidelijk wel werk voor is - ook hier wisten te houden.
De presentatie van Peter van Dijk wordt goed ontvangen en er zijn weinig opmerkingen. Onze punten op het gebied van interationalisering, milieu en werkgelegenheid worden meegenomen.
Last but not least eindigde de vergadering met een vreemd debat over de noodzaak om een GS-lid expliciet verantwoordelijk te maken voor dierenmishandeling. Als aanleiding wordt de mogelijke komst van zogeheten varkensflats genomen. Gedeputeerde Driessen begint met een tegenoffensief: er zijn in Limburg geen varkensflats en die komen er wat hem betreft ook niet. Bovendien: wat wordt eigenlijk verstaan onder varkensflats? Niemand kan het beschrijven en niemand kan duidelijk aangeven op welke manier de dieren in zo'n constructie er slechter aan toe zijn dan in andere huisvesting.
Als PvdA-fractie gaan we dan ook niet mee met de motie van de PvdD. Wassenberg (fractieleider PvdD) stelt in die motie niet alleen dat (1) er veel dierenleed plaatsvindt in Limburg, (2) diertransporten stelselmatig veel dierenleed veroorzaken en (3) de provincie actief moet optreden tegen dierenmishandeling.
Waarom gaan we niet mee? In de eerste plaats omdat er helemaal geen aanwijzing of bewijs is van stelselmatig of veel dierenleed in onze provincie. Als de PvdD dit beweert, moet zij eerst eens komen met controleerbare gegevens. Verder gaat het ons te ver om op basis van een enkel geval met een veetransport plotseling te stellen dat alle dierentransport dierenleed veroorzaakt. Daar komt nog eens bij dat we als provincie over diertransporten helemaal niets te zeggen hebben: er zijn heel precieze Europese richtlijnen over de manier van transporteren, de grootte van transporten, de rusttijden etc. Daar kunnen we niet van afwijken. Als provincie kunnen en moeten we alleen besluiten over zaken waar we ook echt zelf iets aan kunnen doen. Tenslotte is het onzin om de provincie in stelling te brengen als het erom gaat een persoon tegen te houden die bijvoorbeeld zijn hond slaat. Dat is een zaak van de politie. GS houden het erbij dat dierenwelzijn een zaak is van hen allen, al naar gelang het onderwerp. Als PvdA vinden we dat prima.
zondag 11 november 2007
Op werkbezoek in Gennep
Nu was het even zoeken naar verzorgingstehuis Norbertushof in het centrum van Gennep. Door wat omleidingen was ik nog net op tijd voor de uitleg over een grootschalige wijkvernieuwing. Zowel het complex als de omliggende huizen worden de komende jaren geheel opnieuw ingericht. Het wordt een woonwijkje vooral voor ouderen met daarnaast ook plek voor jonge starters. Het doel is om de ouderen zolang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Een aantal flats, nog daterend uit de jaren 70, moet daarvoor worden gesloopt of is al gesloopt. Om mij heen kijkend ben ik verbaasd dat de huidige - nog niet zo oude - Norbertushof er al zo gedateerd (en van de buitenkant ook een beetje verwaarloosd) uitziet. En toch herken ik het: in de meeste verzorgingstehuizen zitten de ouderen dicht bij elkaar en enigszins afgezonderd van de rest van de bevolking. Een wereldje op zich. Bij mijn eigen grootouders was/is het niet anders. Op de plek van de Norbertushof komen nu echter 267 woningen en wordt het aantal intramurale woningen heel sterk verkleind tot maar 55 woningen.
Luisterend naar het verhaal van de directie van de Norbertushof bedenk ik dat ik er eigenlijk gewoon vanuit ga dat ouderen die "kleine wereld" ook het prettigst vinden. Lekker verzorgd met alle hulp bij de hand, het eten klaar en laat de rest van de wereld maar gek doen. Of dat ook werkelijk zo is, weet ik niet. Ik kijk dan ook op van de opmerking dat ook in de beschutte woonvormen (voor de mensen die het meest hulpbehoevend zijn) een keukentje geplaatst zal worden. Waarom zou je dat doen (diezelfde vraag stelde ik mij ook toen ik voor het eerst in de kamer van mijn grootmoeder kwam in het verzorgingstehuis Bunderhof in Geleen)? De reden is eigenlijk heel eenvoudig, wordt mij uitgelegd. Ervaring laat zien dat ouderen die vanuit een zelfstandige woning - waar ze nog hun eigen eten koken - in een verzorgingstehuis komen zonder eigen keuken, al binnen twee maanden niet meer weten hoe ze moeten koken. Ze vergeten het gewoon. De stap naar het verzorgingstehuis is daarmee ook meteen - onbedoeld - een stap naar echte afhankelijkheid.
In het nieuwe wijkje komen ook een fitnesscentrum, een kinderdagverblijf, een fysiotherapeut en zelfs een grand-café. De filosofie hierachter is dat vooral ouderen nog zeer geinteresseerd zijn in hun omgeving en graag kijken naar spelende kinderen en andere buitenactiviteiten. Om in de woorden van mijn collega Alouis Heijmans te blijven: de nieuwe woonwijk is een plek waar de mensen niet langer naar de zorg komen, maar de zorg naar de mensen. Als het slaagt dan kunnen vele steden in Limburg hier iets van leren.
Het tweede deel van het bezoek betrof een nieuwe geplande speelstraat in Ottersum. Ottersum is een van de kernen in Gennep. Aangekomen op de plek zie ik een klein pleintje met wat groen, net naast een basisschool, een kinderdagverblijf en een paar
seniorenbungalows. Dit stukje Gennep heet De Brink. Op ons wacht bewonersinitiatief De Brink. De vertegenwoordigers willen van het pleintje - waar nu 's avonds wat oudere jeugd met auto's rondhangt - een echte speel- en sportplek maken voor kinderen vanaf 6 jaar. Een van de muren van de basisschool wordt een spannende klimmuur, een ander deel van De Brink is bestemd voor gymnastiek en balspelen. Er is zelfs plaats voor een jeux de boules baan, waar de senioren uit de buurt samen met de kinderen kunnen spelen. Ik zie er veel in: overal hoor je dat kinderen minder bewegen en steeds dikker worden. Dit bewonersinitiatief pakt de uitdaging op en onderneemt stappen om kinderen, onder begeleiding van een professionele sportinstructeur, zich lekker op dit terrein te laten uitleven. Het hele plan kost zo'n 250.000 euro. Een groot deel van het geld is blijkbaar al gevonden en ook de wethouder ondersteunt het initiatief. Als we later nog even napraten, doe ik nog de suggestie om nog naar de Interreg-IV subsidie te kijken als mogelijke aanvulling op de benodigde middelen en als aanzet voor een uitbouw van het initiatief naar andere delen van de stad. Ik neem de plannen in ieder geval mee en ga de verantwoordelijk wethouder in mijn eigen stad vertellen dat in Gennep iets wordt ontwikkeld waar we in Sittard-Geleen ook zeker iets aan kunnen hebben. Los daarvan vind ik het mooi dat bewoners zelf zo'n initiatief kunnen bedenken en opzetten. Ik ben zelf ook voorzitter van een bewonersplatform en weet uit eigen ervaring hoe moeilijk het kan zijn om andere inwoners, de lokale politiek, sponsoren en de pers zover te krijgen dat ze jou en jouw ideeen en plannen serieus nemen.