zondag 22 maart 2009

Werkbezoek in Noord-Limburg: Scheuten Glas en Océ

Werkbezoeken zijn niet alleen interessant en een manier om weer even de ‘sfeer in het land’ te proeven. Zij zijn vaak ook heel motiverend voor het werk in de Staten. Zo bezochten we vorige week de bedrijven Scheuten Glas en Océ in Noord-Limburg. Voor mij staat Noord-Limburg toch vooral bekend als agrarisch gebied met veel kassen. Wat er verder nog gebeurt, valt – voor zover ik het kan zien – meestal weinig op. Als je dan bij een bedrijf als Scheuten komt en praat met directeur-eigenaar Jan Scheuten, dan merk je pas dat Noord-Limburg bruist van de innovatieve energie en kracht. Als ik daar een opmerking over maak, gaat Jan Scheuten meteen in op het ‘cultuurverschil’ tussen Noord- en Zuid-Limburg: “Wij praten niet zoveel. Daar zijn we te nuchter voor. We doen het gewoon, stapje voor stapje.” In een kleine presentatie laat de ondernemer even zien dat hij inmiddels twintig grote fabrieken heeft staan over de hele wereld. De nieuwste aanwinst is een glasoven in Oost-Duitsland met een investering van net gen 200 miljoen euro. Silicium produceren? In Zuid-Limburg heeft iedereen de mond vol van het Silicon Mine-project (TSM) dat op het Chemelotterrein zou moeten komen. Scheuten glas heeft al lang een grote siliciumfabriek. In de VS weliswaar. Jan Scheuten geeft meteen maar even aan waarom hij TSM eigenlijk achterhaald vindt: “Ja, er was een paar jaar geleden markt voor siliciumproductie. De vraag was groot en het aantal aanbieders piepklein. Maar zoals dat gaat in zo’n situatie: als jij een idee hebt, dan hebben over de hele wereld nog 50 anderen hetzelfde idee. In het geval van siliciumproductie zijn er nu inmiddels meer dan 25 initiatieven waar op dit moment al gebouwd wordt. De markt is alweer volkomen verzadigd. TSM loopt achter de feiten aan, want zelfs als de initiatiefnemers in staat zijn om de financiering rond te krijgen, dan duurt het nog jaren voordat die fabriek ook echt draait. Intussen zijn dan de prijzen fiks lager dan de verwachtingen waarop TSM nu zijn plannen baseert”.
Scheuten geeft zelf aan dat ook zijn bedrijf last zal krijgen van de economische recessie. Maar nu nog niet, bevestigt hij zelf. Hij geeft aan dat Scheuten Glas met zijn vlakglas voor de bouwindustrie vooral aan het eind van het bouwproces zit. Dan gaat het om gebouwen over de hele wereld waar nu al aan gebouwd wordt en die wel afgebouwd worden. “Onze orderportefeuille zit nu nog helemaal vol, maar we gaan het ook merken als het aantal nieuwbouwprojecten afneemt.” We hebben het nog even over het vinden van het juiste personeel. Jan Scheuten zit er niet mee: zijn bedrijf doet veel aan stages en weet zo jonge mensen binnen de poorten te krijgen. Ook scouten ze veel op universiteiten in binnen- en buitenland. Veel werknemers komen van Duitse universiteiten. Zij blijven aan de Duitse kant wonen. “Prima toch”, aldus Scheuten.

Bij Océ krijgen we uitleg van Harry Loozen. Loozen was vroeger directeur van de Kamer van Koophandel Limburg en nu namens de directie van Océ dé contactpersoon richting publiek en politiek. Ook hier ben ik weer onder de indruk van het Noord-Limburgse vernuft van dit wereldwijde bedrijf. Toen ik nog studeerde, stond ik bij de universiteit in Leiden menig uurtje achter grote Océ-kopieermachines. “Daar ligt nu voor ons een groeimarkt”, bevestigt Loozen. De Océ-copiers zijn zo goed dat ze ook na vele jaren en een revisiebeurtje weer als tweedehandsmachines worden verkocht. De kwaliteit is evengoed, aldus Loozen. Kort daarna gaat hij in op de effecten van de economische recessie op het bedrijf. Die zijn er natuurlijk wel, want in slechte tijden wordt al snel op de aanschaf van nieuwe machines bespaard. De inzet van Océ is echter op innovatie, liefst nog meer dan toch al het geval is. In navolging van DSM gaat Océ nu ook helemaal op de Open Campusgedachte: het terrein wordt in de toekomst opengegooid voor de vestiging van talloze nieuwe bedrijfjes die werken op het gebied van ‘digital imaging’, variërend van geavanceerde systemen voor documentbeheer tot beveiliging (RFIDs), productie van nieuwe generaties printplaatjes en ‘print-on-demand’. Stel je voor: je staat om 2 uur ’s middags op het perron te wachten op de trein en je wilt het laatste nieuws lezen. Niks geen Metro of Spits!, want dat nieuws is al uren oud. In plaats daarvan druk je op een knop op een terminal en: voila! Uit een Océ-printer rolt de nieuwste versie van de Volkskrant met nieuws dat nog geen uur oud is. Of misschien hou je wel van de ‘Capetown Gazette’? Over een tijdje zeker geen probleem meer in onze digitale tijd. Daar wil Océ heen. We krijgen ook even een demonstratie van de nieuwste bolletjes-kopieerder die pas nog groot in het nieuws was. Veel efficiënter, veel betere kleuren en op veel groter papier. De Mickey Mouse die op manshoogte uit het apparaat rolt spettert van het papier af. Petje af!

zondag 15 februari 2009

Vergadering Provinciale Staten (13 februari)

De bezoekersplaatsen achterin de Statenzaal zijn bijna allemaal gevuld met Noord-Limburgers. Ze komen kijken hoe PS vandaag zal stemmen over de geplande herindeling tussen Gennep-Bergen-Mook en Middelaar. De uitslag van de stemming gaat als advies naar de minister van Binnenlandse Zaken die er over enkele maanden een besluit over neemt. Er zitten geen verrassingen in de hoed: vrijwel de gehele Staten is voor de herindeling, ook al ziet de gemeente Bergen er zelf niet veel in. De gemeente draait immers op eigen kracht ook heel goed, dus hoezo 'meer bestuurskracht?', zeggen zij. Soms is het echter zo dat juist zo'n combinatie tot een zeer krachtige nieuwe gemeente kan leiden met veel elan en daadkracht. Ik wens de nieuwe gemeente in ieder geval heel veel succes!

Een tweede onderwerp betreft de geplande deelneming van de provincie in de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein op vliegveld MAA. In 2003 heeft Provinciale Staten in het POL het groene licht gegeven voor de aanleg er van op het vliegveld. Het aangewezen terrein (bruto-grootte 112 ha waarvan 54,6 ha voor bedrijven en de rest voor natuurcompensatie en infra) ligt op de plek waar oorspronkelijk de Oost-Westbaan zou komen. Het hebben van een of meerdere eigen bedrijventerreinen is belangrijk voor een luchthaven, omdat het zorgt voor een belangrijk deel van de inkomsten. Met de eigenlijke luchtvaartactiviteiten (starten, landen, onderhoud, passagiersfaciliteiten etc.) wordt vaak maar een relatief klein deel van de omzet gegenereerd. Dat is zo op Schiphol, maar ook bijvoorbeeld in Eindhoven en dus ook in Maastricht.
Sinds 2001 hebben diverse partijen samen een ontwikkelings- en bedrijfsplan voor een logistiek-
georienteerd bedrijventerrein opgesteld, ondersteund door een convenant tussen enkele overheden waaronder de gemeenten Maastricht, Meerssen en Beek. De tijden zijn echter wel veranderd: van de drie particuliere initiatiefnemers (Maastricht Aachen Airport, Dura Vermeer Ruimtelijke Ontwikkeling B.V. en Segro) heeft de laatste zich teruggetrokken en het lukt de overige twee niet om in de huidige economische situatie andere particuliere investeerders of zelfs maar banken erbij te betrekken. Om die reden kwam het vliegveld MAA tijdens de laatste Statenvergadering met het verzoek aan GS om actief in het project deel te nemen. Om precies te zijn: participeren met een deelneming van € 3,8 miljoen (40% aandeel) en een lening van € 9,5 miljoen.
De vraag aan PS was of zij daarmee akkoord gaan. In het debat heb ik gesteld dat voor ons herstructurering en opwaardering van bestaande bedrijventerreinen de voorkeur heeft. Los daarvan wil je als provincie in ieder geval het verschijnsel van ‘outcrowding’ van al bestaande bedrijventerreinen voorkomen. Je krijgt dan alleen een verplaatsing van bedrijven die je al binnen de provincie hebt, waarbij de bestaande terreinen feitelijk worden gedegradeerd en zelfs verrommelen/verloederen.
In het geval van vliegveld MAA ligt de situatie echter anders: het zijn veelal specifieke types bedrijven die zich in de buurt van een luchthaven willen vestigen. Logistiek is logisch, maar je ziet ook vaak high-tech ondernemingen die zichzelf graag identificeren met de dynamiek van de luchtvaart. Van gedeputeerde Driessen kregen we de garantie dat het bedrijventerrein expliciet bedoeld is voor logistieke bedrijven. Kantoorfuncties (anders dan een klein kantoor binnen een logistiek bedrijfsgebouw) worden uitgesloten. Dat voorkomt dat het nieuwe bedrijfsterrein nog eens extra druk zet op de al bestaande leegstand in de kantorenmarkt in Zuid-Limburg.
Belangrijk voor ons was ook dat een eventuele participatie (via een CV/BV-constructie) niet leidt tot concurrentie met het LIOF die immers ook bedrijventerreinen en bedrijfsgebouwen ontwikkelt en exploiteert. Driessen gaf aan dat er overleg was geweest met het LIOF en men daar geen probleem had met het voorstel dat nu bij PS ter tafel lag. Los van andere overwegingen zou het LIOF toch niet hebben geparticipeerd omdat het participatiebedrag hoger is dan zij aankan.
Voor ons als PvdA-fractie telde daarbij natuurlijk vooral ook dat met deze participatie de provincie echt werk maakt van haar nieuwe rol als anti-cyclische investeerder en er zo banen behouden dan wel gecreëerd worden.
Tijdens de discussie over het MAA bedrijventerrein probeerde de VVD via een motie de overige partijen te verleiden tot een krachtige uitspraak tegen de vliegtaks. Zij was er niet van te overtuigen dat de twee onderwerpen geen relatie met elkaar hebben. Dit, ondanks het feit dat het verzoek dat de VVD in haar motie deed (namelijk minister Eurlings vragen om bij een kostenanalyse voor Schiphol ook de positie van de regionale luchthavens te betrekken) ook onze steun had. Uiteindelijk ging alleen het CDA mee met de VVD in de veroordeling van de vliegtaks. Een door de PvdA opgestelde alternatieve motie (uitsluitend het verzoek aan de minister om regionale luchthavens te betrekken in het onderzoek naar kostenverlaging in de Nederlandse luchtvaart) kreeg daarop echter een veel grotere meerderheid, aangezien de VVD ook voor onze motie stemde.
Het debat kan ook via de navolgende link als webcast worden bekeken:
http://www.limburg.nl/statenvergadering/LiveUitzendingVergaderingPS_13_02_2009.asp
De spreektijden zijn: 4:53 (interruptie), 4:58 (spreker), 5:37 (spreker), 7:33 (interruptie).

Later op de dag gaat het debat ook kort over de manier waarop de provincie de gevolgen van de economische recessie bestrijdt. Normaal gesproken zouden we pas eind april een mid-term evaluatiedebat houden over wat tot nu toe vanuit het coalitieakkoord is bereikt. De crisis zorgt er echter voor dat er veel sneller en in veel grotere mate gehandeld moet worden dan oorspronkelijk gepland. De VVD roept om een nieuw 'deltaplan voor Limburg'. Onzin wat mij betreft! We hebben de Versnellingsagenda en we hebben het actieplan 'Koersvast' dat net een week voor de vergadering was gepresenteerd. Het Actieplan was opgesteld door een door gedeputeerde Vrehen in het leven geroepen werkgroep Koersvast waarin een aantal bekende en zeer ervaren mensen uit het Limburgse bedrijfsleven en de politiek zaten. Voor ons als PvdA zit Vrehen op de juiste koers. We stellen dan ook in het debat dat we vinden dat GS nu meer handelingsruimte moet krijgen om snel te kunnen optreden, in plaats ervan dat ze voor ieder puntje eerst moeten wachten tot de volgende Statenvergadering. We hebben vertrouwen in ons College en willen Vrehen vooral afrekenen op 'hoe hard hij uiteindelijk heeft gelopen'. Laten we vooral stoppen met het nu weer bedenken van nieuwe plannetjes, zoals de VVD wil. Vertragen, vertragen, lijkt het devies van de VVD te zijn.

zaterdag 17 januari 2009

Discussie rondom geplande verkoop van Essent

Sinds juni 2008 houden we ons in de commissie Economisch Domein bezig met de mogelijke verkoop van een onderdeel van Essent. Ik zeg bewust 'onderdeel', omdat dankzij een besluit van de Tweede Kamer twee jaar geleden alle Nederlandse energiebedrijven gesplitst moeten worden in een Netwerkbedrijf en een handels/productiebedrijf. Dit is gebeurd op grond van een Richtlijn van de EU uit 2005 die bedoeld is om de onderlinge concurrentie tussen energie-aanbieders te vergroten. Minister Van der Hoeven en de Tweede Kamer zijn in hun interpretatie van die Richtlijn echter veel verder (zeg maar: extremer) gegaan dan in de ons omringende landen. Onze Nederlandse Splitsingswet (die in de zomer 2009 definitief wordt besloten) zegt dat die splitsing tussen netwerk en handel/productie"volledig" en "onomkeerbaar" moet zijn. Dat is echter niet wat de Europese Richtlijn voorschrijft. De nu lopende discussie in de politiek en de media rondom de verkoop van Essent is een rechtstreeks gevolg van het besluit van de minister en de Kamer.

De provincie Limburg is al sinds jaar en dag mede-eigenaar van Essent. Dat komt nog voort uit de tijd dat het als nutsbedrijf onder overheidsbeheer viel. Als aandeelhouder (Essent is een NV) heeft de provincie net zoveel te zeggen over het dagelijkse werk van Essent als aandeelhouders in andere bedrijven: vrijwel niets. Ietwat gechargeerd gezegd kun je als aandeelhouder hooguit de directie naar huis sturen als je het niet met haar eens bent. Verder heb je als aandeelhouder alleen nog recht op een dividend. En dat dividend is bij Essent behoorlijk: varierend van circa 60 miljoen tot soms wel (incidenteel) 90 miljoen euro per jaar voor de provincie Limburg (16% aandeel). Dat geld vormt een structureel onderdeel van de provinciale begroting.

Alle aandeelhouders van Essent zijn overheden. Het betreft een aantal provincies en een honderdtal gemeenten, waaronder veel Limburgse gemeenten. In juni 2008 kwam de Essent-directie naar de aandeelhouders met de vraag of zij eventueel hun aandelen in de handels/productietak van Essent zouden willen verkopen. Het netwerkbedrijf, waar alle energieleidingen onder vallen, bleef uitdrukkelijk buiten schot, want er was eerder al politiekbreed (nationaal, provinciaal en gemeentelijk) consensus dat het energienetwerk altijd in handen van de overheid moeten blijven. Op die manier wordt gegarandeerd dat situaties als in Californie drie jaar geleden (massale energie-uitval doordat commerciele aanbieders te zwaar op het onderhoud van het netwerk bezuinigd hadden) hier niet kunnen voorkomen. Overigens is de scheiding tussen netwerkbedrijf en handels/productiebedrijf bij Essent al helemaal doorgevoerd. Twee maanden geleden kregen alle klanten al een brief van Essent met daarin de bevestiging van de splitsing. De naam van het netwerkbedrijf is Enexis. Daarmee staat de naam Essent dus nog alleen voor handel (internationaal kopen en verkopen van energie) en productie (beheer van enkele energiecentrales).

Essent heeft een aantal belangrijke argumenten voor een verkoop van de aandelen. De belangrijkste zijn:
  1. Energie wordt steeds duurder en de aanvoer steeds onzekerder. Los van het feit dat de belangrijkste energie-aanbieders (OPEC, Rusland, Venezuela en andere) stelselmatig hun prijzen opvoeren, kunnen onze Europese energiebedrijven er niet meer op aan dat ze ondanks langetermijnafspraken ook daadwerkelijk energie uit die landen krijgen. Het meest recente voorbeeld is de gascrisis 2008/2009, waar Oekraine de aanvoer van gas uit Rusland tijdelijk blokkeerde, met tot gevolg dat in sommige landen van Europa een acute aanvoercrisis ontstond. Wil je voorkomen dat je volledig van een of enkele aanbieders afhankelijk bent, moet je doen aan spreiding. Dat kost veel geld, want die energie komt dan vaak uit gebieden waar de winning erg moeilijk is. Gevolg: hoge inkoopprijzen. Dit kun je alleen compenseren door 'in het groot' in te kopen. Echter, Essent is hiervoor veel te klein. Ze heeft in haar eentje noch de markt, noch het geld om van de noodzakelijke 'groothandelsprijzen' te profiteren.
  2. Onderzoek en investeren in energie-opwekking kost steeds meer kapitaal. Dat geldt zowel voor de bouw en het onderhoud van traditionele kolen- en olie/gascentrales als ook voor onderzoek naar en investeringen in alternatieve en groene energie. Technische oplossingen zijn beschermd en eigendom van een paar spelers. Anderen kunnen daar niet aankomen of alleen tegen hoge licentiekosten die vervolgens ook weer middels tariefsverhogingen aan klanten terugverdiend moeten worden. Het gevolg is een steeds ongunstigere concurrentiepositie. Het alternatief is dat je deel uit gaat maken van een concern dat wel geld heeft om dit soort grootschalig onderzoek en investeringen te plegen.

Beide genoemde argumenten hebben te maken met de noodzaak tot schaalvergroting. Als de aandeelhouders niet zouden willen verkopen, kan Essent op termijn de concurrentiestrijd alleen volhouden als de huidige aandeelhouders extra in het bedrijf gaan investeren. En daarover zijn de aandeelhouders het eens: de provincies hebben ook andere belangrijke taken (denk aan: jeugdzorg, infrastructuur, economische ontwikkeling, ruimtelijke ordening) en het zou maatschappelijk onverantwoord zijn om nu grote sommen geld in de uitbreidingsstrategie van Essent te steken. Ten overvloede: een slechtere concurrentiepositie van Essent betekent op termijn dat het jaarlijkse dividend omlaag gaat. Aangezien het dividend vast onderdeel is van de provinciale begroting, komt dit erop neer dat er ook steeds minder geld beschikbaar zou zijn voor die andere maatschappelijke taken. Als PvdA-fractie moeten we dan ook het risico van verkoop van Essent afwegen tegenover mogelijk lagere dividenden en dus minder ruimte voor het betalen van al die zaken die we voor onze Limburgse burgers belangrijk vinden.

In juni 2008 hebben we als Provinciale Staten toestemming gegeven aan Essent om naar buitenlandse partijen te zoeken. Dit gebeurde nadat we een aantal alternatieven uitvoerig hebben onderzocht, waaronder de mogelijkheid tot een fusie met Nuon en de overname van aandelen door het Rijk. Geen van beide bleek mogelijk of haalbaar. We hebben de Essentdirectie toen een aantal criteria meegegeven die voor ons belangrijk zijn als toetsteen om ook echt te willen verkopen, waaronder criteria op het gebied van duurzaamheid en alternatieve energiewinning. Uiteindelijk is daar RWE uitgekomen. Persoonlijk vind ik dat geen verrassende keuze, omdat Essent voor haar eigen verdere ontwikkeling alleen gebaat is bij het samengaan met een bedrijf dat qua geografie, demografie, consumentenmarkt, technologie en werkwijze in haar verlengde ligt. Overname door een bedrijf dat ver afstaat van de dagelijkse praktijk van Essent, is een strategie die - naar mijn mening - te grote kans biedt op mislukking en daar heeft niemand wat aan. Het hoofdkantoor van RWE staat in Essen en het bedrijf heeft een grote energiecentrale op nog geen 30 km van Heerlen vandaan. Het bedrijf is het op een na grootste energiebedrijf in Duitsland en is ook actief in andere Europese landen, waaronder Engeland (eveneens een overname). RWE is ongeveer 10x zo groot als Essent.

De afgelopen dagen heeft de PvdA Tweede Kamerfractie, met Diedrick Samsom voorop, publiekelijk gezegd dat de verkoop aan RWE voorbarig is. Ik vind Samsom's argumenten twijfelachtig en ze geven volgens mij blijk van een behoorlijke informatieachterstand (wie hierover meer wil weten moet het fractiestandpunt op de gewestelijke website lezen. De link staat onderaan dit artikel). Het is jammer dat hij niet de moeite heeft genomen om zich vooraf goed te informeren zodat de misvattingen snel uit de weg geruimd hadden kunnen worden, want nu kan bij het grote publiek - en met name bij de klanten van Essent - onzekerheid ontstaan. Onzekerheid over de leveringszekerheid, over de prijzen, over de toekomst van de Essent arbeidsplaatsen of de toekomstige investeringen in groene energie. En dat was niet nodig. Erger nog vind ik dat Samsom met zijn actie de indruk wekt dat de gezamenlijke provincies, de eigen PvdA-gedeputeerden, Statenleden, wethouders en raadsleden met de bijbehorende ambtelijke apparaten niet competent zijn of het 'gewoon niet snappen'. En dat is pertinent niet het geval! Volgens mij is het nog steeds zo dat de Minister en de Kamer met hun verregaande interpretatie van de Europese Richtlijn zelf (!) de huidige situatie veroorzaakt hebben en - en dat heeft Samsom in ieder geval wel duidelijk begrepen - de Tweede Kamer niet over de verkoop gaat.

Nog is er niets verkocht. Vooropgesteld dat we in de komende weken en maanden nog een flink aantal antwoorden en toezeggingen op het gebied van werkgelegenheid, duurzaamheid en investeringsplannen krijgen, kan er pas verkocht worden als in de zomer de Kamer de Splitsingswet definitief besluit. Ik vind dat het voor de ondernemersgeest en visie van Essentdirectie spreekt, dat zij zich daar zo snel als mogelijk op wil voorbereiden, om meteen na de zomer dit concurrentievoordeel ('first user-voordeel') te benutten.

Wie ons uitgebreide fractiestandpunt wil weten, kan terecht op de website van de gewestelijke PvdA-website. Daar staat ook meer geschreven over wat we met de opbrengst van de verkoop zouden willen gaan doen. Daarbij staat voor mij een ding voorop: de hoofdsom wordt veilig weggezet en alleen de renteopbrengst wordt in de provinciale begroting verwerkt. Op die manier garanderen we dat ook toekomstige generaties kunnen blijven profiteren. Voor het fractiestandpunt op de gewestelijke website, klik hier.

donderdag 25 december 2008

Subsidie maatschappelijke organisaties: oplossing gevonden

Een stevig debat in de commissievergadering heeft ertoe geleid dat de door de provincie erkende maatschappelijke organisaties alsnog voor 2009 de subsidie krijgen die ze hadden aangevraagd. Eerder had de provincie de bedragen verlaagd om zodoende meer organisaties subsidie te kunnen geven. Wie subsidie wilde hebben, moest een gedetailleerd jaarplan opstellen met daarin een overzicht van alle geplande activiteiten en bijbehorende kosten. Sommige hadden hier zeer veel werk van gemaakt en andere minder. In een aantal gevallen bleek dat de prioriteiten die de provincie had gesteld voor het jaarplan, niet overeen kwamen met de doelstellingen en activiteiten die de organisaties zelf hadden bedacht. Dat leidde tot verwarring en uiteindelijk ook tot een lagere subsidiescore.
In het debat waren alle politieke partijen het erover eens dat de relatief snelle invoering van het nieuwe subsidiestelsel er mogelijk toe heeft geleid dat organisaties te weinig tijd hadden om zich op de nieuwe situatie voor te bereiden. Om die reden werd gedeputeerde Wolfs via een gezamenlijke motie opgedragen om 2009 tot overgangsjaar te verklaren. Concreet heeft dit de volgende consequenties:
  • maatschappelijke organisaties die in 2008 als erkende organisatie subsidie hebben gekregen, ontvangen in 2009 het gelijke bedrag inclusief indexering met een maximum van het voor 2009 aangevraagde bedrag;
  • de provinciale commissie voor het Sociale Domein gaat via een werkconferentie met de maatschappelijke organisaties praten over het omzetten van het kader in werkbare subsidieregels;
  • voor 1 juni 2009 vindt in Provinciale Staten een evaluatie plaats van de uitwerking van het kader subsidieregels;
  • de maatschappelijke organisaties krijgen in de nieuwe procedure een ruimere termijn voor
    indiening, waarbij gelegenheid is om vooraf eventuele vragen of ideeen met de Provincie Limburg te bespreken (was voorheen niet zo).
Het is nu aan de gedeputeerde Wolfs om te bezien hoeveel geld deze motie (extra) gaat kosten. Wat mij betreft komt het geld niet (alleen) uit het vastgestelde budget van Wolfs, want dan zou de motie mogelijk ten koste gaan van andere belangrijke prioriteiten zoals de jeugdzorg, het sport- of het cultuurbeleid. Dat is dus niet de bedoeling! Bovendien zou het ook niet fair zijn, want procedureel en juridisch gezien heeft de gedeputeerde geen fouten gemaakt. Het is Provinciale Staten die afgelopen juni de regels heeft vastgesteld en Wolfs heeft gewoon uitgevoerd zoals de meerderheid van de Statenleden dat wilde. Het College van GS moet nu gezamenlijk een financiele oplossing voor de financiering van de maatschappelijke organisaties vinden.

dinsdag 23 december 2008

PS even in zwaar weer: subsidies voor maatschappelijke organisaties

Provinciale Staten zitten vandaag even in zwaar weer. Reden: afgelopen vrijdag zijn de subsidiebedragen gepubliceerd die erkende maatschappelijke organisaties (denk aan: ANBO, Jong Nederland, KBO en vele andere) voor het jaar 2009 zullen krijgen. Voor een aantal organisaties draaiden die uit op een flinke teleurstelling.

Er was de afgelopen maanden veel te doen omtrent die erkenningen. Voor het eerst sinds jaren zou een nieuwe systematiek worden gebruikt voor de toekenning van die erkenningen voor maximaal vier jaar. De systematiek was bedacht door gedeputeerde Odile Wolfs en kreeg afgelopen juni de brede goedkeuring van Provinciale Staten.
Tot dit jaar kregen enkele gevestigde organisaties ieder jaar een vaste subsidie voor het (overigens doorgaanse uitstekende) werk dat ze deden. Hoewel de organisaties vooral draaien op vrijwilligers, hebben de meeste ook een (gedeeltelijke) beroepskracht nodig en zijn er ook bijkomende kosten zoals huisvesting, activiteiten etc.
De keerzijde van de bestaande situatie was echter dat een groeiend aantal maatschappelijke organisaties het zonder provinciaal geld moest zien te doen. Los hiervan was er groeiende kritiek op het feit dat de basis voor toekenning van subsidies tamelijk onduidelijk was. De meeste organisaties werken/werkten zonder duidelijk jaarplan en vaak ook zonder objectief meetbare criteria en/of meetpunten. Nu is dat in deze sector ook niet makkelijk. Vandaag sprak ik met het Centrum voor Levensbeschouwelijk Jeugd- en Jongerenwerk, een organisatie die al vele jaren actief is. Ik begrijp het helemaal als zij zeggen dat het niet erg zinvol is om relevantie van de organisatie voornamelijk te meten aan het aantal jongeren waarmee de organisatie contact gehad heeft. Alleen de kwaliteit van dat contact zegt iets over de relevantie. Aan de andere kant is het ook zo dat die subsidies bestaan uit belastinggeld en ergens moeten toch ook nut/noodzaak en doelmatigheid/effectiviteit kunnen worden vastgesteld. Bij gebrek aan beter, kan dat niet zonder een duidelijk jaarplan met (deels) gekwantificeerde doelstellingen.

De maatschappelijke organisaties die ik de afgelopen weken en maanden sprak, hadden grote kritiek op het verplicht indienen van een jaarplan. De meeste vonden de vragen te gedetailleerd en niet toepasbaar op vrijwilligersorganisaties. Men had ook grote moeite met de interpretatie van bepaalde vragen. Daarnaast stelde men dat er gewoonweg geen capaciteit was om de gestelde vragen goed te beantwoorden. Ik kan mij daar wel iets bij voorstellen. Ik heb de vragencatalogus gelezen en het vergt wel even denk- en schrijfwerk om die klus te klaren. Ik ben het er echter niet mee eens dat het "niet te doen" was. Dat blijkt ook als je ziet dat een aantal nieuwkomers in staat is om uitstekende jaarplannen in te dienen. Wie goed scoorde, kon een erkenning als maatschappelijke organisatie krijgen voor vier jaar. De organisaties met plannen die nog aanvullend werk behoeven, hebben een voorlopige erkenning gekregen voor twee jaar. Sommige hebben geen erkenning gekregen en maken de komende jaren dus ook geen kans op subsidiegeld.

De maatschappelijke organisaties maakten zich in oktober en november erg bezorgd dat het besluit over de erkenning veel te laat bekend gemaakt zou worden. Op die manier kon men geen eigen begroting voor het nieuwe jaar opstellen. Dat betekent concreet dat niet duidelijk was of bepaalde beroepskrachten wel of niet in dienst konden blijven. Als PvdA hebben we dit probleem uitvoerig met de gedeputeerde besproken. Het gevolg was dat iedereen begin december werd geinformeerd of hij de erkenning binnen had of niet. Tot daaraan toe geen probleem.
Echter, na de erkenning ging blijkbaar een aantal maatschappelijke organisaties er 'zonder meer' vanuit dat het toegekende bedrag ook (zeer) in de buurt zou komen van de bij het jaarplan ingediende begroting. Dat was dus niet zo. De korting op het gevraagde bedrag ligt voor sommige organisaties wel op 40% of nog meer. Los van wie er meer/minder korting heeft gekregen is de korting op zich natuurlijk wel te verklaren: er worden in 2009 immers meer en andere organisaties financieel ondersteund en de beschikbare middelen zijn niet evenredig toegenomen.
Het gevolg is nu dat een aantal organisaties erg boos is op gedeputeerde Wolfs. Vanvond wordt een extra commissievergadering gehouden in Roermond met als doel om het proces en de verdeling opnieuw te bekijken en te controleren op eventuele fouten. Mogelijk dat er een overgangsjaar zal worden ingebouwd, waardoor een aantal organisaties toch nog in de gelegenheid komen om inmiddels gemaakte plannen en afspraken voor 2009 uit te voeren en dan voor de jaren erna noodzakelijke aanpassingen te maken. Hoewel ik de indruk heb dat het proces op zich correct gelopen is, zijn er volgens mij wel duidelijke verbeterpunten voor de sunsidietoekenning aan te wijzen:
  1. bij begin van het ingaan van het volgende 'aanbestedingstraject' moet er (opnieuw) een openbare informatiedag komen, waarin de provincie deze keer echter precies (per item in de vragenlijst) uitlegt hoe zij iedere vraag (en dus ook het antwoord) zal interpreteren. Op die manier kan er geen verwarring meer ontstaan over begrippen als 'bonding' en 'bridging'.
  2. er moet een aanvullend kwalitatief criterium komen voor de niet-cijfermatig meetbare resultaten van projecten die door de maatschappelijke organisaties worden ingediend.
  3. een aantal organisaties heeft mogelijk praktische hulp nodig bij het interpreteren en invullen van de jaarplannen.

maandag 8 december 2008

Commissievergadering Economisch Domein (5 december)

Onze commissievergaderingen Economisch Domein verlopen sinds het begin in een onprettige sfeer: het antagonisme tussen enkele oppositiepartijen en de coalitie wordt steeds groter en nu ook persoonlijker. Terwijl ik hem als politicus waardeer als iemand met veel ervaring, valt mij met name het gedrag van VVD-collega Jos van Rey erg tegen. Het was mij al eerder opgevallen in een Statendebat, maar tijdens de discussie in de commissie over de vliegtaks deed hij deze keer alsof hij mijn naam niet meer kende (ik zit overigens tegenover hem en mijn naambordje prijkt bijna recht voor zijn neus). 'Ik spreek niet met mijn vijanden', aldus Van Rey kort daarna. Op een gegeven moment stelde hij dat hem het standpunt van de PvdA ook helemaal niet interesseerde. Ik heb hem toen maar gevraagd of het voor hem niet zinvoller was om de vergadering te verlaten zodat de anderen serieus verder konden vergaderen. Hij stond meteen op en vertrok (tijdelijk). Na afloop van de vergadering hoorde ik van verschillende mensen dat ook hen Van Rey's houding behoorlijk was tegengevallen. Jammer, want we bewijzen met dit gedrag onze kiezers geen dienst. We kunnen dan wel oppositie en coalitie zijn en dus verschillende belangen hebben, maar er is geen reden om zaken in het persoonlijke te trekken.

Inhoudelijk stonden er twee interessante zaken op de agenda: (1) het CDA had gevraagd of het bestuur en de directie van het vliegveld MAA langs zou kunnen komen om ons te vertellen hoe het vliegveld er voor staat en (2) we moesten beslissen of GS een nieuw zogeheten Innovatiefonds mocht instellen om financieel te participeren in bedrijven die veel aan technische innovatie doen.
Mijn constatering ten aanzien van het vliegveld is dat MAA het verhoudingsgewijs goed doet, ondanks de lastige economische ontwikkelingen. De groei (ook dit jaar) zit hem vooral in het vrachtverkeer. Ik zie hierin een natuurlijke niche-ontwikkeling voor MAA: op het passagiervluchtensegment zitten al heel veel spelers in korte nabijheid. Iedereen aast op dezelfde klantengroep en het is logisch dat daar 'echte winnaars' en 'mindere winnaars' tussen zitten. Bij vrachtverkeer zit MAA ten opzichte van Eindhoven, Weeze, Luik en Charleroi echter heel goed, zo blijkt. Verdere sterke groei wordt verwacht op het gebied van kantorenbouw op het vliegveldterrein. Je ziet dit verschijnsel eigenlijk bij alle vliegvelden: met name de technische en innoverende bedrijven willen graag geassocieerd worden met vliegvelden omdat het past bij een zeker imago. Ook Schiphol verdient veel meer met haar vastgoedactiviteiten dan met de afhandeling van het luchtverkeer. In het voorjaar wil MA-directeur komen met een gedetailleerd plan voor een uitbreiding en verbetering van het industrietterrein op MAA.
In de discussie over het minder snel stijgende passagiersvervoer, geeft Tindemans aan dat hij hiervoor drie redenen ziet: (1) oneerlijke concurrentie uit Belgie vanwege directe staatssteun die men in Wallonie geeft aan de vliegvelden Luik en Charleroi, (2) oneerlijke concurrentie van vliegveld Eindhoven omdat de kosten voor het vliegveld vrijwel geheel betaald worden door het ministerie van Defensie (Eindhoven is zowel civiel als ook militair vliegveld) en die kosten dus niet doorberekend hoeven te worden, en (3) de vliegtaks.
De daarop volgende discussie is heel interessant. Ik geef aan dat voor mij die eerste twee concurrentiepunten erg belangrijk zijn en we met name ten aanzien van de Eindhovense situatie actie zouden moeten ondernemen. Ik vind het niet toelaatbaar dat het civiele vliegveld gewoon kosten kan wegstrepen omdat Defensie (ons belastinggeld) de rekening voor onderhoud dekt.
Wat de vliegtaks betreft blijf ik aan mijn eerdere standpunt vasthouden, ditmaal gedekt door cijfers die Tindemans zelf aangeeft. In tegenstelling tot de eerdere vrees blijkt namelijk dat ook het passagiersvervoer in 2008 gewoon is gestegen. Dat die stijging minder was dan aanvankelijk gehoopt hoeft helemaal niet te liggen aan de vliegtaks, maar kan liggen aan de slechtere economische situatie. Er is duidelijk geen vergelijkend onderzoek gedaan met andere (buitenlandse) vliegvelden om te zien of de vliegtaks specifiek voor MAA zorgt voor minder passagiers. Ligt hier misschien een klus voor de provincie om dit eens uit te zoeken?
Collega Muijs van de VVD stelt in ieder geval dat ze ziet dat de PvdA eerlijk is en een duidelijk standpunt inneemt. Meteen daarop gaat ze in de aanval tegen het CDA. Immers: in de Tweede Kamer heeft het CDA ook voor de vliegtaks gestemd. In PS lijkt het er nu soms op op alsof het CDA ofwel tegen de vliegtaks is of juist probeert te voorkomen dat ze zich duidelijk erover moet uitspreken. Het CDA probeert Muijs te pareren, maar de antwoorden komen tamelijk zwak en weinig onderbouwd over. Waarom in 's hemelsnaam is het CDA ueberhaupt met dit onderwerp gekomen, vraag ik mij af. Er is geen actuele aanleiding en deze aanval van Muijs hadden ze kilometersver kunnen zien aankomen...
In het vervolg van de vergadering praten we over het Innovatiefonds. Dit fonds moet een eigen BV worden met een vermogen van 20 miljoen euro. Het idee is dat de BV zelfstandig kan investeren in Limburgse bedrijven die serieus met technische innovatie bezig zijn. Ze krijgt - mits er ook particuliere investeerders meedoen - aandelen. Op die manier wordt geprobeerd om enerzijds Limburgse innovatie te stimuleren en anderzijds is het een manier van gedeputeerde Vrehen om geld binnen Limburg te houden dat anders als verplichte afdracht naar de landelijke schatkist zou vloeien.
Op zich is er niets mis met een Innovatiefonds. Ik had enkele weken daarvoor in het Ipanema-debat al aangegeven dat ik mij zorgen maak dat innoverende bedrijven steeds moeilijker aan geld (van banken) kunnen komen en dat het nodig is dat de provincie hier ondersteunt. Ik zou echter graag zien dat het fonds ook een concrete missie mee krijgt wat betreft het soort innovatie dat we in Limburg willen stimuleren. Ik denk dan met name aan duurzame energie, Cradle-to-Cradle toepassingen en milieutechnologie. Gedeputeerde Vrehen wil daarop echter niet vastgepind worden. Wat hem betreft kan de BV in alles investeren dat de zogeheten Provinciale Versnellingsagenda ondersteunt (twee weken later in het Statendebat blijkt dat hij toch ook de toeristische en andere sectoren voor financiele deelname openstelt, ook al zitten die niet in de Versnellingsagenda. Hierdoor wordt volgens mij 'focus' opgeofferd aan specifieke en/of individuele belangen. Dit zag ik al eerder bij de Versnellingsagenda zelf). Daarmee komen we tot het kernprobleem: wat verstaan wij onder Innovatie? Een gezamenlijke poging om tot een definitie te komen strandt. Vrehen wil er niet aan en verwijst naar een vage en voor uitgebreide interpretatie openstaande definitie in de Statuten van de nieuwe BV. Ik stel vast dat die definitie zo nietszeggend is dat ook gewone incrementele productverbetering al voldoende is om je als bedrijf te kwalificeren voor deelname. Daarmee loopt de BV het risico speelbal te worden van externe belangen die al dan niet hun PR richting de deelname-adviescommissie op orde hebben. Jammer genoeg kunnen we als PS alleen maar onze wensen en bedenkingen over de oprichting van het Innovatiefonds uiten. GS zijn hierin zelfstandig bevoegd. Gelukkig lukt het nog wel om de toezegging te krijgen dat PS driemaal per jaar op de hoogte gesteld wordt van de vorderingen van het Innovatiefonds. Maar dat is het dan ook.

zaterdag 29 november 2008

Buitenring 7 - gesprek met ambtelijke projectgroep

Pas in de zomer van 2009 gaat PS beslissen over de aanleg en de tracekeuze voor de Buitenring Parkstad. Dat wil echter niet zeggen dat het overleg met de verschillende belanghebbenden tussentijds stil ligt. Een paar weken geleden liep ik mee met de anti-Buitenringwandeling die georganiseerd was door de diverse protestgroepen. Vandaag heb ik de ambtelijke projectgroep van de provincie gevraagd om nadere uitleg over de verschillende zienswijzen die zijn ingediend. De projectgroep bevestigde dat een week later een Nota Zienswijzen Buitenring gepubliceerd zou worden, die uitgebreid ingaat op de verschillende kritiekpunten, wensen en aanbevelingen van de indieners. Omdat het om een informeel ambtelijk overleg ging, kan ik op deze weblog niet inhoudelijk op hun informatie en standpunten ingaan (zij staan immers wat hun uitspraken betreft onder verantwoordelijkheid van de gedeputeerde). Het was in ieder geval wel een zeer informatieve bijeenkomst. Voor iedereen die (nog) niet afwist van de Nota: bij deze. Voor zover ik weet is hij gewoon opvraagbaar bij de provincie.
Als PvdA-fractie willen we uiterlijk eind januari met een officieel standpunt komen. Dit standpunt zullen we in een publieke zitting (datum/tijd nog te bepalen) vertellen en met argumenten onderbouwen.

zondag 16 november 2008

Werkbezoek - Weert (14 november)

We zijn opnieuw op PvdA-werkbezoek. Deze keer in Weert op uitnodiging van collega Statenlid Alouis Heijmans die hier ook gemeenteraadslid (en oud-wethouder) is. Ik kom regelmatig voor werkafspraken in Weert. Mijn indruk was altijd dat het een stadje is dat zijn zaakjes op orde heeft: een gezellig winkelcentrum, een uitstekende kermis (heb ik gehoord, al kan deze 'natuurlijk niet tippen' aan die van mijn eigen gemeente...) en je kunt er nog lekker eten ook. Maar ook een tamelijk onzichtbaar stadje dat ingeklemd ligt tussen grote broer Eindhoven en neef Roermond. Vooral met die laatste blijkt er toch nogal wat concurrentie en rivaliteit te bestaan, hetgeen zo af en toe ook tot uiting komt in de Statenzaalvergaderingen als wethouder Van Rey uit Roermond weer wil laten blijken dat zijn stad toch echt een maatje groter en vooral beter is. Enfin... Los van een enkel probleem met vermeende belangenverstrengeling van een raadslid, kenmerkt ook de gemeentepolitiek van Weert zich als overwegend rustig en stabiel. We komen echter al snel bij het voornaamste actuele hangijzer in de gemeente, te weten de trace-optie IJzeren Rijn. Die zou namelijk dwars door het centrum van Weert kunnen gaan lopen. De Weertenaren zien het al voor zich: Weert wordt gescheiden door een ijzeren barriere van continu langsdenderende treinwagons gevuld met spullen voor het Duitse achterland. Ook de verwachte grote geluidsoverlast wordt aangehaald. Met zelf een groot treinemplacement direct aan mijn voortuin en een spoorstation op nog geen 50 meter, weet ik wat overlast van treinen betekent. Mijn eigen inschatting is dat met passende maatregelen het geluidsprobleem in Weert nog wel in te perken is tot een acceptabel niveau, maar feit blijft dat je geen grootschalig goederenvervoer in een wooncentrum moet willen hebben. Weert heeft zelf bij de minister een plan aangedragen voor ondertunneling van het trace. Dat voorkomt allerlei problemen, behalve dan dat het een enorm financieel plaatje met zich meebrengt. De dag na ons werkbezoek zal ons Limburgs Tweede Kamerlid Lia Roefs (vervoer) naar Weert komen om met de gemeente over dit plan te overleggen. Alouis zal ons wel laten weten hoe het op dit dossier verder gaat. Kort daarna gaan we met de bus naar afvalverwerker Kirkels-Van Gansewinkel. Het bedrijf ligt net buiten Weert en verwerkt allerhande huishoudelijk afval. De directeur legt ons uit dat in zijn sector het moeilijk is om technische innovaties uit te voeren, omdat de concurrentie vanuit het buitenland - waar stevig wordt gesubsidieerd - erg groot is. Desondanks is Kirkels-Van Gansewinkel bezig aan een ware transformatie: natuurlijk bestaat de dagelijkse activiteit uit afvalinzameling en scheiding, maar tegelijkertijd wordt stevig ingezet op het geven van advies aan bedrijven om de hoeveelheid afval die door hun producten of productieproces wordt veroorzaakt, te verminderen. In het kenniscentrum ligt de toekomst: afval = kosten. Al snel komt de term Cradle to Cradle (C2C) ter sprake. Van Gansewinkel doet mee in diverse onderzoeksprojecten van bedrijven om producten zodanig te ontwerpen, dat ze bij het eind van hun levensduur volledig kunnen worden heringezet als grondstof voor een nieuw product. Van Gansewinkel brengt daarbij vooral de kennis van de sortering en verwerking van de productcomponenten mee. Prima initiatief. Even later staan we midden in de grote sorteer- en verwerkingshallen van het bedrijf, waar grote grijpers ons afval in machines gooien die ieder deel uiteentrekken tot stukjes metaal, hout, steen etc. Via lopende banden gaat het van grof naar heel fijn. In een ruimte staan enkele vrouwen die met geroutineerde hand ieder laatste restje afval nog scheiden. De resten vallen via sleuven in containers die weer worden opgepikt door vrachtwagens om vervolgens te worden getransporteerd naar een bedrijf dat deze weer als grondstof kan inzetten. We denken er vaak niet bij na, maar afvalverwerking is een complex en tegelijkertijd zeer belangrijk onderdeeltje in onze consumptiemaatschappij. Op de terugreis naar het gemeentehuis geeft Alouis nog uitleg over een aantal andere ontwikkelingen die op stapel staan, waaronder de forse uitbreiding van de Koninklijke Militaire School (KMS) en een middelbare school. Het gaat goed met Weert...

vrijdag 7 november 2008

Statenvergadering nu altijd te zien via internet

Sinds 7 november kan iedereen die wil de vergadering van Provinciale Staten live volgen via het internet. Niet alleen zie je live-beelden, maar zijn ook alle stukken en overige documenten meteen te downloaden en is er een samenvatting waar een bepaald agendapunt over gaat. Mooier nog: je kunt bij een specifiek agendapunt je eigen emailadres ingeven, zodat je automatisch een berichtje krijgt als het onderwerp ook echt wordt besproken. Handig, want onze vergaderingen lopen nogal eens uit en soms wordt ook de onderwerpvolgorde veranderd.

De vergaderingen zijn te volgen vanaf de homepage van de provincie op: www.limburg.nl. Klik vervolgens aan de rechterkant op het plaatje (zie foto) en de uitzending begint: veel kijkplezier!
De data voor de volgende Statenvergadering zijn: 19 december 2008, 13 februari 2009, 27 februari (gezamenlijke vergadering met Bezirksregierung Dusseldorf en Provinciale Staten van Gelderland), 3 maart, 29 mei, 10 juli, 9 oktober, 13 november, 18 december.

Statenvergadering 7 november (begroting)

De belangrijkste Statenvergadering van het jaar: de begroting voor 2009.
In tegenstelling tot vorig jaar, toen het nog vooral ging om het ontwikkelen van plannen, komen in de nieuwe begroting echte investeringsbesluiten aan bod. Met andere woorden: we gaan nu uitvoeren wat we hebben beloofd in het coalitieakkoord.

Jammer genoeg begint de sfeer niet echt lekker. Los van een 'moeilijk' dossier uit september (energienota) dreigt er een flinke confrontatie tussen ons als PvdA met coalitiepartner CDA. Oorzaak is een serie uitspraken van fractievoorzitter Frische (CDA) waarin hij voor TV en radio stelt dat organisaties zoals de Milieufederatie geen provinciale subsidie meer zouden mogen krijgen als zij na een gezamenlijk ontwikkeltraject op een dossier, toch besluiten om een uiteindelijk provinciaal besluit door de rechter te laten toetsen.
In simpelere woorden: het CDA vindt dat de provincie niet haar eigen tegenstand bij besluitvorming moet organiseren door organisaties subsidie te geven die eerst mee aan tafel zaten toen het besluit nog moest worden ontwikkeld. Hmmm...
Ter vergelijk: dat zou betekenen dat als in de SER werkgevers en werknemers praten over de inkomens, de vakbonden na afloop geen actie meer zouden mogen voeren. Als PvdAer ben ik het helemaal niet met het CDA eens: je kunt met alle goede bedoelingen meedoen in een overleg over een onderwerp, om vervolgens toch vast te stellen dat het 'compromis' zover afstaat van de eigen ideeën, dat je dit door een onafhankelijke rechter wilt laten toetsen. Ik vind dat prima, want een rechter toetst alleen of een besluit voldoet aan de wetten van ons land. En dat is toch alleen maar goed?! Er zijn vele voorbeelden te noemen waar besluiten van de provincie uiteindelijk door een rechter (tot aan de Raad van State) zijn vernietigd omdat ze wettelijk helemaal niet mogen/kunnen.
Wie anders kan een dergelijke toetsing voorbereiden en presenteren dan organisaties zoals de Milieufederatie? Voor gewone burgers (ik spreek uit ervaring) is dit haast onmogelijk: je loopt altijd achter qua kennis en ook qua geld, want procederen is bepaald niet goedkoop. De argumenten van het CDA zijn ronduit zwak en het lijkt erop dat ze vooral boos zijn dat ze in 1 specifiek dossier (WAV) flinke weerstand kregen. Afgelopen week vond er heel veel telefonisch overleg plaats om het CDA te bewegen geen motie in te dienen die die koppeling tussen subsidie en recht op de rechtsgang zou leggen. Zo'n motie is tegen eerdere coalitieafspraken, is gebaseerd op oneigenlijke argumenten en is waarschijnlijk op juridische gronden ook nog niet eens mogelijk (rechtsonzekerheid). Bovendien: laten we dan ook eens kijken naar organisaties als de LLTB die ook regelmatig betrokken wordt in besluitvorming en zich vervolgens ook al vaker heeft teruggetrokken of een procedure heeft aangespannen.
Het CDA had het er maar moeilijk mee. De VVD vond het leuk om ook nog even te stoken en meldde dat ze bezig waren om toch een gezamenlijke motie met het CDA voor te bereiden. Fractievoorzitter Frische moest uiteindelijk aangeven dat er geen motie van hen komt en dat ze alleen willen dat er een gesprek tussen Gedeputeerde Staten en de Milieufederatie moet plaatsvinden. Prima. Conflict (tijdelijk) opgelost!


De vaststelling van de begroting is een zaak van de lange adem. Om 15 uur kwam het onderwerp in de vergadering en om 22 uur waren we nog steeds bezig.
De VVD begint meteen met een typisch staaltje symboolpolitiek: vanwege de kredietcrisis wil zij dat de inflatiecorrectie op de opcenten van de wegenbelasting (=deel van de wegenbelasting dat naar de provincie gaat) niet moet worden doorgevoerd en dus teruggegeven moet worden aan de Limburgse burgers. Het gaat om 4 miljoen euro. Wow, denk je dan, kom maar hier met dat geld. Reken je echter terug, dan komt het neer op nog geen 4 euro per persoon (of 3 liter benzine). Is het dan niks? Nee, natuurlijk niet. Als je echter weet dat iedere geïnvesteerde euro door de provincie een multiplier-effect heeft van 4, dan is het veel verstandiger om die 4 miljoen euro rechtstreeks in te zetten ter ondersteuning van projecten in Limburg die nu door de economische malaise in de knoei (dreigen te) komen. Denk bijvoorbeeld aan Nedcar of de Silicon Mine. Zo leiden 4 miljoen euro uiteindelijk tot economische impuls van 16 miljoen euro of meer. Ter controle hebben we aan GS gevraagd om later in 2009 precies aan te geven hoe die 4 miljoen zijn geïnvesteerd.
Terug naar de begroting: in de begroting zijn nu drie grote thema's benoemd uit de zogeheten Versnellingsagenda waarbinnen komend jaar de belangrijkste investeringen zullen plaatsvinden. Ze zijn:
  • topreferente zorg (denk aan: nieuw proton radiotherapiebehandelcentrum voor kankerbestrijding en een groot cardio/vaatcentrum op Avantis)
  • nieuwe materialen (onderzoekscentrum op Chemelot)
  • agro-food (Greenport en Klavertje 4 ontwikkeling bij Venlo).
Daarnaast zijn er een aantal zogeheten beeldbepalende projecten gedefinieerd die - in samenhang - moet zorgen dat Limburg economisch diverser wordt. Minder afhankelijk van economische schommelingen dus.
In onze spreektijd over de begroting geeft fractievoorzitter Peter van Dijk een aantal aandachts- en verbeterpunten aan. Ze variëren van de nazorg voor jongeren boven de 18 die uit de jeugdzorg komen, de verkeersknelpunten op de N280 en de gebiedsvreemde ontwikkelingen. Wie de bijdrage wil nalezen, kan terecht op de website van de PvdA-Limburg: Klik hier.

zondag 2 november 2008

Werkbezoek Maasgouw (1 november)

We zijn op werkbezoek in de gemeente Maasgouw. Maasgouw, dat zijn de fusiegemeenten Maasbracht, Heel, Wessem, Thorn, Stevensweert (en nog enkele kleinere gemeenten). Op het gemeentehuis in Heel horen we van de burgemeester en onze collega PvdA-raadsleden dat men heel blij zou zijn als de N280 uitgebouwd zou worden tot een volwaardige snelweg met mogelijkheden voor aanpalende industriegebieden. "Wat goed is voor Weert en Roermond is goed voor ons", is de redenering. Oei, daar hebben wij - specifiek collega Alouis Heijmans uit Weert - een andere mening over. We praten er een tijdje over, maar omdat Alouis zelf niet bij de bespreking aanwezig kan zijn, laten we het kort daarna rusten.
De sfeer in 'Maasgouw na de fusie' lijkt heel positief: van diverse kanten krijgen
we te horen dat de politieke situatie stabiel is en men vanuit de verschillende kernen vooral constructief samenwerkt. Zoals het hoort eigenlijk, al wil men er in mijn eigen gemeente nog steeds niet echt aan.
Terug naar het gemeentehuis in Heel, waar we verder praten over de ontwikkeling
van de Maasplassen. Die plassen zijn een zeer belangrijke economische factor voor de gemeente en er wordt hard aan gewerkt om er nog meer van te maken. Wat precies, dat zien we als we - na eerst een kort uitstapje naar het schitterend gelegen restaurant Boschmolenplas - met een rondvaartboot een uur rondvaren. Tijdens de tocht krijgen we onder meer uitleg van de eigenaren van de jachthaven Koeweide, die van plan zijn om in de komende maanden het aantal ligplaatsen drastisch te verminderen. In plaats van vele 'kleine' bootjes moet er ruimte komen voor een nieuw concept: de House-boat. Het is een nieuw concept voor een markt met een tamelijk diepe geldbuidel. En nee: het is niet de nieuwste generatie drijvende (recreatie-)huisjes zoals die bij Marina Oolderhuuske in Roermond (of de geplande huisjes in De Weerd, waarvan ik overigens hoop dat ze er niet komen)!
We krijgen gedetailleerde informatie over de boten en de bijbehorende infrastructuur, maar ook het verzoek om er verder weinig ruchtbaarheid aan te geven tot de officiele lancering in het voorjaar van 2009. In ieder geval zijn de eigenaren ervan overtuigd dat er een vraag voor hun House-boats is, vooral uit Duitsland. Er is zelfs flink zendtijd gekocht bij enkele landelijke commerciele TV-programma's.
In die context hebben we het over de tegenover gelegen grind/zandafgraving, die het toeristisch karakter van dit stukje Limburgs water tamelijk ontsiert. Niemand die een kwaad woord over het bedrijf zegt, maar om het potentieel van de Maasplassen echt te realiseren zou het bedrijf op middellange termijn toch verplaatst moeten worden, wordt aangegeven.
Ik wijs op een eerdere vergadering met de Bezirksregierung Dusseldorf, waar toen is gezegd dat men langzaamaan wil beginnen met de ontwikkeling van de talloze verlaten grindgaten in NRW. Die grindgaten zijn vooral ontstaan doordat Nederlandse bedrijven er jarenlang zand en grind hebben afgegraven. In die tijd was er van een ecologisch en/of economisch compensatieplan geen sprake en bleven er alleen grote gaten gevuld met water, achter. Dusseldorf heeft blijkbaar geleerd van de aantrekkingskracht van het Limburgse watergebied. Ik vraag de mensen van Maasgouw en de eigenaars van de jachthaven of er plannen zijn om met de Duitsers samen te werken. Ik ben anders bang dat - met de bekende Duitse Gruendlichkeit - ten oosten van ons fantastische waterrecreatiegebieden zullen ontstaan waaraan de Maasplassen een flinke concurrentiedobber zullen hebben. Tenslotte zijn het vooral de Duitsers uit NRW die nu naar hier komen. Als zij een alternatief hebben dat dichter bij huis ligt, dan kan dat een echt probleem worden. Maasgouw zegt zich hiervan bewust te zijn. Men ziet dan ook liever een samenwerking, maar echte contacten of plannen zijn er (nog) niet. Ben benieuwd...
Een van de eigenaren van de jachthaven bevestigt dat ook de camping Koeweide gesloten zal worden. In plaats daarvan komt er een grote moderne voorziening ten behoeve van de House-boats, mogelijk in combinatie met enkele vakantiehuisjes. Als fervente kampeerder vind ik het een beetje jammer, maar ook begrijpelijk. De camping heeft een fantastische ligging aan het water, maar zorgt ervoor dat het nu niet mogelijk is om een geintegreerd wandel/fiets en recreatiegebied te ontwikkelen. Dat heeft op termijn beslist meer aantrekkingskracht. Terugrijdend via Wessem (leuk plaatsje overigens, waar ik nog nooit geweest was) denk ik dat Maasgouw zich - in bescheiden stilte tussen het 'geweld' van Weert en Roermond - bezig is te ontwikkelen tot een stabiele en zeer aantrekkelijke parel aan het water...

dinsdag 30 september 2008

Buitenring 6 - Verslag van rondrit met bewonersplatforms

Als ik aankom op de parkeerplaats van het station in Nuth staan al zo’n 10 mensen te wachten. Voorstellen hoef ik mij niet echt, want de meesten heb ik ook twee weken ervoor gezien toen ik de bewonersplatforms uitnodigde om vandaag (19 september) samen met de PvdA-Statenfrac tie een bustocht langs het geplande voorkeurstracé van de Buitenring te maken. Er is enige achterdocht: “Dit wordt toch geen PvdA-promotietoer waar we alleen nog mogen luisteren naar wat er al besloten is”? Korte tijd later staat de busparkeerplaats vol met mensen. Ik schat dat we in totaal met zo’n 40 mensen op pad zullen gaan.
Naast vertegenwoordigers van diverse bewonersgroepen komen ook een aantal lokale PvdA wethouders en raadsleden mee. Ik heb ze vooraf op het hart gedrukt vooral te luisteren naar de opmerkingen die de bewoners de komende twee uur gaan maken. Vragen stellen en niet prediken!


In tegenstelling tot de busrit twee weken eerder met de commissie Fysiek Domein van de provincie, komen we nu op de Randweg geen file tegen. Ik kijk op mijn horloge: we rijden het traject op precies dezelfde dag en hetzelfde tijdstip als toen. “Files? Hier zijn geen files, althans niet richting Hoensbroek en verder. De enige files die hier ’s ochtends en ’s avonds zijn, staan voor de aansluiting bij de A76. Daar moet wat aan gedaan worden”, krijg ik te horen. Vanaf de Naanhof rijden we richting Maria Gewanden tot aan het kerkhof. Daar stappen we uit, want het platform Vaesrade wil ons een holle weg uit de Romeinse tijd laten zien die dreigt te verdwijnen door de aanleg van het voorkeurstracé. Ondertussen krijgen we ook uitleg over de mogelijke risico’s van een veranderende grondwaterstroom voor de beschermde Geleenbeekdal. “De unieke flora en fauna worden ernstig bedreigd als er aan die waterstromen vanaf de helling iets verandert”. Platform Vaesrade neemt ons mee naar een open veld tussen de bossen op de helling. Een deel van het veld zou moeten verdwijnen en ook een stuk van het bos, als we de plannen van gedeputeerde Driessen mogen geloven. Ik geef aan dat ik van het projectbureau heb begrepen dat het tracé wel op de hoofdlijnen vastligt, maar nog niet op de meter: “Volgens mij kan de weg nog vele meters naar links of naar rechts liggen”, zeg ik. Dat levert mij een aantal heftige reacties op, want dat was tot nu niet bekend. Terecht wordt de opmerking gemaakt dat een verschuiving zowel een wending ten goede als ook ten slechte kan betekenen. Men wordt er niet geruster op. Mijn fractiecollega’s zijn onder de indruk van de natuurvernietiging die hier zou kunnen plaatsvinden. “Dit is echt een knelpunt en we moeten echt bekijken of het bos en de holle weg niet op de een of andere manier gespaard kan blijven”. Ik heb eerder beloofd dat ik alle punten die de bewoners aandragen de komende weken nauwkeurig zal onderzoeken en ook de gedeputeerde zal vragen om op specifieke knelpunten met alternatieven te komen. Als we teruglopen naar de weg geef ik aan dat ik het ook niet zie zitten om de buitenring maar over de Randweg te laten lopen. Dan zouden honderden woningen in Maria Gewanden de Buitenring op nog geen paar meter van hun voordeur hebben. Nog los van het kerkhof met daarin graven die minder dan 10 jaar oud zijn. Later op de dag krijg ik sterk de indruk dat de inwoners van Vaesrade vooral bezorgd zijn dat zij door de Buitenring geïsoleerd komen te liggen. Misschien dat een extra ontsluiting voor Vaesrade op de Buitenring (een deel van) het probleem hier kan oplossen?

Ik merk dat de bewoners op dit moment vooral hopen en verwachten dat de buitenring er helemaal niet komt. Het rapport van de MER-commissie is daar toch een duidelijk teken voor? Nee. Het is niet heel gebruikelijk, maar bij grote en complexe projecten kan het inderdaad voorkomen dat de commissie stelt dat het ingediende rapport niet helemaal compleet is en dat aanvullende informatie moet worden nagereikt. Is die informatie er, dan toetst de MER-commissie alleen of de provincie daarmee voldoende geïnformeerd is om een afgewogen beslissing over de buitenring te nemen. Ze geeft geen oordeel over de wenselijkheid van de weg zelf. Daarvoor moeten de bewoners bij de Raad van State zijn.

In de buurt van de Allee kijken we uit over het stuk weiland dat al eerder was aangewezen als traject voor een buitenring. “Maar niet een buitenring van dit formaat!”, wordt gezegd. De bewoners wijzen richting het Chinees restaurant, waar de weg dwars doorheen moet gaan lopen. “Kijk eens naar het niveauverschil. De weg kan het eerste deel misschien nog wel verdiept worden aangelegd” (aangepast plan van de provincie, naar ik heb begrepen; RP) maar daar achter moet hij toch vele meters omhoog. Zeker wel zes tot tien meter”. Wat een monster, denk ik.
In het Amstenraderveld zit de bus even vast, want de wegen zijn smal. Het platform Amstenraderveld wil ons laten zien waar de weg nu gepland is: midden in het veld en pal in het zicht van de – overigens nieuwe – huizen. “Als die weg daar komt dan gaat een belangrijk stukje van ons Limburgs landschap verloren, en daar komen de toeristen toch juist voor? Nu ga je met de buitenring toeristen hierheen halen die vervolgens niet meer rustig van onze weidse vergezichten kunnen genieten. Dat kan toch niet?!” Het uitzicht is nu inderdaad mooi, dat moet gezegd zijn. Als ik nog eens om mij heenkijk naar de huizen valt mij nog eens de nieuwheid van het Amstenraderveld op. Al zeg ik het op dat moment niet hardop, heb ik toch sterk de indruk dat de mensen hier vooraf hebben moeten weten dat er meteen achter hen een grotere weg gepland stond. Maar anderzijds is het de moeite waard om nog eens kritisch te kijken naar de geplande route. Zou de weg hier misschien iets verschoven kunnen worden, zodat hij uit de zichtlijn verdwijnt? Wat betekent dat voor de boogstraal van de weg en wie zou er juist dan meer last van kunnen krijgen?

We stoppen ook kort in Brunssum-Noord en lopen een tuin in aan de Montgomerylaan. Daar kijken we wederom over een veld waar het voorkeurstracé gepland is. Aan de andere kant van het veld liggen de huizen van de Titus Brandsmalaan. Aan weerszijde is men er niet gerust op. Ook hier komt de weg, als het aan de provincie ligt, verdiept te liggen. De bewoners zien echter ook dat niet zitten omdat ze vrezen dat door de wegbreedte het talud wel heel dicht op hun tuinen komt te liggen. “Ik geloof er niets van dat we de weg niet zullen zien. Het geluid ervan krijgen we in ieder geval wel!” Op dat moment komt er net een Awacs-toestel overvliegen.
We rijden door naar het Merkelbeekdal. Ook daar vliegt net weer een Awacs-toestel over. “En dat hebben we ook nog”, merkt iemand kritisch op. De huizen in het dal van de Merkelbeek, merkt iemand op. Bij zware regelval verzamelt het water zich net bij die huizen “…en het huidige waterafvoernet kan het niet of nauwelijks bijhouden. “Als er nu ook nog een vierbaansweg langs loopt, dan komt het water nog sneller naar het laagste punt en kan de afvoer het helemaal niet meer aan”. Met een breed gebaar wordt nog eens naar het landschap aan de merkelbeek gewezen. “Dat gaat allemaal kapot als die weg er komt. Dat kan toch niet?!” Ook dit is een punt om nog eens opnieuw naar te kijken. We rijden een stukje verder als de volgende Awacs alweer overvliegt. Ik kijk hem vanuit een veldweg na en zie dat de Awacs niet landt, maar een ‘touch&go’ maakt. Met veel vlieggeweld en een enorme uitlaatpluim trekt het vliegtuig weer op en vervolgt zijn weg.

We dreigen inmiddels een beetje achter te lopen op de planning. Om 18.00 uur willen we namelijk in de Brikke Oave zijn om daar verder te discussiëren. We besluiten dan ook om door te rijden tot in Kerkrade. We slaan daarbij de zogeheten ‘tunnelwegvariant’ (Tunnelweg-Rukkerweg tot aan de Binnenring) over. In de Brikke Oave zullen we er nog verder over praten. Bovendien heb ik zelf vragen gesteld aan de gedeputeerde over de mogelijkheid van een ‘gesplitste variant’ over de Tunnelweg en de verlengde Dentgenbachweg (ieder 2x1-baans). Als we langs de Brunssummerheide over de N299 rijden merk ik op dat ik van de provincie de verzekering heb gekregen dat de Buitenring over het bestaande wegdek zou worden aangelegd. Alleen de smalle strook bomen tussen de huidige weg en de naastgelegen ventweg zou moeten wijken. “Maar wat zijn de gevolgen voor de verkeersdrukte door dit gebied?”, wordt opgemerkt. De Brunssumerheide als geheel moet wat mij betreft zijn functie als rustgebied behouden.

In Kerkrade bestaat veel kritiek op de Buitenring. Echter, zoals wethouder Hans Bosch later opmerkt: “We zijn niet tegen EEN buitenring, maar we zijn tegen DEZE buitenring”. En daarmee bedoelt hij dus het voorkeurstracé. Een van de kritiekpunten betreft het voornemen om de Roderlandbaan – die nu een belangrijke verkeersader is – geen aansluiting te geven op de Buitenring. De provincie is namelijk bang dat weggebruikers vanaf de Buitenring de Roderlandbaan blijven gebruiken in plaats van de rest van het voorkeurstracé. “Belachelijk”, wordt er opgemerkt. “Nu sluit je een hele wijk af.” Ik moet zeggen dat ik- na verdere uitleg –de logica van de afsluiting ook niet zie. De Roderlandbaan moet op de een of andere manier toegang blijven bieden tot de rest van de stad en dat kan alleen als er ook een verbinding is met het voorkeurstracé. In een later gesprek op de provincie krijg ik de indruk dat ook de provincie nog nadenkt over een aansluiting, maar dan wel zo dat de Roderlandbaan toch niet als een sluiproute kan gaan fungeren. We zullen zien. Als we in Kerkrade aankomen over de N299 wordt ook dudielijk dat hier een probleem ligt. Wie vanuit de zuidkant komt, kan straks de Buitenring helemaal niet op. Da’s niet logisch.
Naast het niet doorgaan van het Tunnelweg-alternatief is het kernbezwaar van de gemeente Kerkrade tegen het voorkeurstracé de doorgetrokken Dentgenbachweg. Maar voordat we bij de Dentgenbachweg aankomen, kruisen we de Hopel. De huizen die hier liggen, lopen het risico om door de Buitenring helemaal geïsoleerd te raken. Hier is in ieder geval geen enkele voorziening in het voorkeurstracé gepland. Dit kun je volgens mij niet maken.
De Dentgenbachweg loopt parallel aan het Anstelerbeekdal. Het is een mooi gezicht, daar links naast ons. De zorg bestaat dat de weg meer het dal ‘in wordt gelegd’. Tijdens de eerdere rondrit met de provincie is dit ook gevraagd en volgens de provincie is men inmiddels zover dat de weg niet verder het dal inschuift, maar bij het fietspad ophoudt. De benodigde ruimte voor een 2x2-baans weg zou worden gevonden aan de andere kant van de weg, bij de bedrijven. Mogelijk zou zelfs de bestaande ventweg naar de achterkant van de bedrijven kunnen verhuizen om zodoende veel ruimte over te houden voor zowel de nieuwe weg als het bijbehorende fietspad.

De bus gaat stopt even in Kaalheide. Daar wordt ons door een van de bewoners uitgebreid verteld welke schade het voorkeurstracé zou aanbrengen aan de Vloedgraaf, een gebied met hoge landschappelijke waarde. Ik zie wat hij bedoelt. Hier loopt de Hamweg, een weggetje met een lange bomengallerij vlak naast het Miljoenenlijntje. De bomen langs de Hamweg zouden in het voorkeurstracé gedeeltelijk of helemaal verdwijnen. Het is dan ook niet meer dan logisch dat de bewoners in hun zienswijze hebben gevraagd om de weg op zijn minst te verplaatsen, al vinden ze ook dat een aantasting van het groene gebied ernaast. We rijden verder. We gaan niet door tot aan Avantis, maar rijden door naar de stadsautobaan richting Nuth. Voordat we echter zover zijn, staan we nog even stil bij het rijtje huizen aan de Hamstraat. Als de Buitenring hier over de Hamstraat komt, dan zijn deze huizen helemaal van de rest van Kerkrade afgesneden. Dat lijkt niemand een wenselijke situatie. Of hier een viaduct of iets dergelijks zou helpen om die verbinding met de stad te behouden, wordt alom betwijfeld. Ik denk het ook niet.

In de Brikke Oave gaat de discussie – bij tijd en wijle behoorlijk heftig – verder. Het is duidelijk dat de bewonersgroepen inzetten op een stopzetting van de Buitenring. Daarvoor gaan ze ook naar de Raad van State. Ik geef – aangevuld met opmerkingen van collega’s uit de zaal – een korte toelichting op de politieke verhoudingen in Provinciale Staten. Onze fractievoorzitter Peter van Dijk bevestigt dat er binnen de Staten – ook bij de PvdA – eensgezindheid bestaat over de komst van de Buitenring als middel om de economie en de mobiliteit in de Parkstad voor lange duur te versterken. Het gekozen voorkeurstracé is echter nog niet heel lang bekend en wat ons betreft is het zaak om vooral te onderzoeken waar de pijnpunten voor bewoners langs dit traject liggen. Als we goede alternatieven en oplossingen krijgen vanuit de bevolking, kunnen we kijken of we een meerderheid kunnen vinden om op specifieke punten maatwerk te leveren. Ik benadruk dit nog een keer in de zaal: geef ons informatie waarmee we kunnen werken en kunnen onderzoeken of er langs het geplande traject aanpassingen mogelijk zijn.

Ik sluit de discussie af door te zeggen dat de PvdA-Statenfractie voorafgaand aan haar besluit in Provinciale Staten eerst terugkomt naar de Brikke Oave om daar niet alleen haar definitieve standpunt bekend te maken, maar vooral ook de redenen en de argumenten waarom. Ik ben er zeker van dat we niet iedereen tevreden zullen stellen (zeker niet de mensen die de Buitenring in zijn geheel afwijzen), maar tussen de 19e september en de verwachte besluitvorming in december/januari is er tijd genoeg voor iedereen om mij verbeteringspunten ten opzichte van het voorkeurstracé toe te sturen. Ik neem alles mee in het onderzoek en de verdere gesprekken met de provincie.

donderdag 25 september 2008

Commissie Economisch Domein (19-9): de bedrijventerreinen

Vorige week haalde ik tot mijn verbazing het L1 Nieuws nadat ik tijdens de vergadering Economisch Domein ervoor had gepleit dat de provincie allereerst moet kijken of zij de revitalisering van verouderde bedrijventerreinen zelf kan betalen of dat we daarvoor meteen moeten aankloppen bij het Rijk. Aanleiding was een rapport over de staat van de bedrijventerreinen in Limburg. Daarin wordt vermeld dat 27% van de terreinen verouderd zijn en gerevitaliseerd moeten worden. Dat is nogal wat. Bij het doorlezen van het rapport valt mij allereerst op dat nergens staat wat de criteria zijn om te beoordelen wat wel of niet verouderd is. Het is dan nogal makkelijk praten over ‘veroudering’. Voor je het weet gooien we er tientallen miljoenen tegenaan om van een bruikbaar bedrijventerrein een klasse-A terrein te maken, waar vervolgens nauwelijks iemand gebruik van maakt omdat door de vernieuwing de grondprijs onbetaalbaar is geworden. In het rapport wordt ook nergens gedifferentieerd: er is blijkbaar 1 blauwdruk van een verouderd bedrijventerrein en 1 blauwdruk van een bedrijventerrein zoals dat anno 2008 behoort te zijn. Ik vroeg in de commissie dan ook of er niet ook bedrijventerreinen zijn die met weinig of geen aanpassing toch goed bruikbaar zijn voor bedrijven die minder hoge eisen aan hun terrein stellen of die bepaalde voorzieningen helemaal niet nodig hebben. Dat kan dan nog steeds betekenen dat sommige bedrijven misschien verplaatst kunnen/moeten worden. Je krijgt dan echter wel bedrijventerreinen die precies op de behoeften van de gebruikers zijn toegesneden.
De gedeputeerde gaf aan dat er beslist ergens een definitie is van een verouderd bedrijventerrein, maar dat hij die even niet bij de hand had. Kort daarop spitste de discussie zich toe op wie de kosten voor de vernieuwing moet betalen. De VVD stelde ook een zinnige vraag: “Beste gedeputeerde, hoe gaat u die vernieuwing betalen?” Ik was benieuwd naar het antwoord. Ik zie het namelijk niet zitten dat we gewoon maar ons handje ophouden in Den Haag. In de eerste plaats omdat de gelddiscussie vaak de inhoudelijke discussie – wat willen we precies, waarom willen we dat, waar willen we dat en wat is daarvoor nodig – naar de achtergrond verdringt. Zo onder het motto: “Want als we toch geld krijgen dan kunnen we ook wel….” Weg differentiatie, weg klantgerichtheid (oftewel: we luisteren weer niet naar de bedrijven met minder geld of minder behoefte aan volledig parkmanagement of een gecentraliseerde afvalverwerking etc). In de tweede plaats: onze provincie is niet arm. Sommige andere provincies zouden ons waarschijnlijk zelfs behoorlijk rijk noemen. Enkele maanden geleden hadden we nog brede overeenstemming in de Staten dat we ons minder zielig en lijdelijk zouden moeten opstellen richting Den Haag. Zelf de broek ophouden dus. Dat vond toen ook de VVD. Met de bedrijventerreindiscussie hebben we nu zo'n moment en wat zie en hoor ik van zowel de VVD als ook het CDA: “Wat gaat het Rijk betalen?” Ik vind het goed als kritisch wordt gezocht naar financiële middelen, maar tot nu zijn we nog nauwelijks begonnen om in onze eigen beurs naar het benodigde geld te zoeken.

donderdag 18 september 2008

Buitenring 5 - rondrit en bijeenkomst in Brunssum

In mijn vorige artikel heb ik gemeld dat de PvdA-Statenfractie op vrijdag 19 september de middag en avond wil gebruiken om samen met de bewoners langs de geplande Buitenring te praten over de voors- en tegens, de knelpunten en de wensen.
We beginnen met een busrit over het hele voorkeurstracé. Aan deze busrit nemen alleen vertegenwoordigers van de verschillende bewonersplatforms deel die zich gemeld hebben bij de voorzitter van het bewonersplatform Vaesrade (Marcel Offermans) of die zich rechtstreeks gemeld hebben bij het PvdA-secretariaat (Marice van Loo; email: vanloo.j@kpnplanet.nl). Het is de bedoeling dat er maximaal 2-3 vertegenwoordigers per bewonersplatform meegaan. Zij kunnen onderweg vertellen waar de knelpunten in hun wijk of gemeente liggen. Op 5 plaatsen zal worden gestopt om de situatie in meer detail te bekijken.
Ook nemen een aantal natuurverenigingen deel (IVN, Milieufederatie etc) en 13 lokale PvdA politici. Dit zijn zowel wethouders als ook Raadsleden uit de verschillende Parkstadgemeenten.
Vertrek: 14.00 uur vanaf het station in Nuth. Auto's kunnen geparkeerd worden in de omliggende straten. De busrit duurt tot circa 17.45 uur (terug in Nuth).

Aansluitend gaan we naar de Brikke Oave in Brunssum. Vanaf 18.00 uur is daar iedereen (dus alle geïnteresseerde bewoners uit de Parkstadgemeenten!) welkom om met de Statenleden en met de aanwezige lokale PvdA-politici te praten over de Buitenring. De avond volgt geen vastgestelde agenda, maar is een informele bijeenkomst waar iedereen met elkaar kan praten. De politici zijn er niet om u uit te leggen wat er gaat gebeuren. Integendeel: dit is uw kans om duidelijk te maken wat uw mening over de Buitenring is!
Waar mogelijk zou het goed zijn om kaarten, foto's etc mee te brengen om de situatie ter plaatse te verduidelijken.
Voor koffie en een broodje wordt gezorgd. De bijeenkomst is om 19.30 uur afgelopen.