woensdag 20 januari 2010

Bewonersplatform Geleen-West heeft nieuwe interim-voorzitter

Ik heb gisteravond in een overleg van het Bewonersplatform Geleen-West aangegeven per direct mijn functie als voorzitter ter beschikking te willen stellen.
Reden voor deze stap is dat ik wil vermijden dat buitenstaanders op enig moment de indruk zouden kunnen krijgen dat ik als voorzitter van het platform en tegelijkertijd kandidaat op de PvdA-kieslijst in Sittard-Geleen in een situatie van belangenverstrengeling zou kunnen komen. Dat is nooit eerder gebeurd en zal dus ook nooit gebeuren.
De vereniging moet zonder enige verdachtmaking van 'dubbele petten' de volledige bewegingsvrijheid hebben om in het debacle over de 'VIJANDEN-tabel', de LPG-transporten van SABIC of de aanstaande Veranderingsvergunning van Chemelot in actie te kunnen komen. De interim-voorzitter is vanaf vandaag Eric Haartmans uit Lindenheuvel.

Ik wens het Bewonersplatform Geleen-West en Eric heel veel succes met hun verdere activiteiten en zal ook in toekomst de ontwikkelingen nauw volgen, als Statenlid en - zeker - op deze weblog.

dinsdag 19 januari 2010

De burger als VIJAND: veel gekker moet het niet worden!

Het is te gek voor woorden als je in een gezamenlijke concept-nota van de gemeente Sittard-Geleen, de provincie Limburg (en initiatiefnemer DSM Agro) over de mogelijke aanleg van een CO2-opslagvoorziening onder Chemelot een communicatieplan aantreft waarin onomwonden staat dat bewoners, wijkplatforms en sommige journalisten moeten worden beschouwd als VIJANDEN. Burgers als vijanden? Veel gekker moet het niet worden!
Als gekozen provinciale politicus kun je je niet anders dan schamen voor dit soort uitlatingen. Ik zou mij ook schamen, als ik niet tegelijkertijd zo kwaad was! Volgens het communicatieplan ben ik namelijk – als bewoner van het Mauritspark en directe buur van Chemelot en DSM en daarnaast ook nog voorzitter van het bewonersplatform Geleen-West - ook een van die vijanden van onze lokale en regionale overheden. Mooi is dat!

Uit het stuk dat afgelopen zaterdag in de krant werd gepubliceerd, komt voor mij naar voren dat initiatiefnemer DSM Agro hier een wel heel bedenkelijke rol speelt: om haar doel – ondergrondse opslag van CO2 in een zeer dichtbebouwd gebied met veel zware chemische industrie – te realiseren, wordt een classificatie gemaakt over wie – in mijn bewoordingen – monddood gemaakt moet worden, wie misinformatie moet krijgen en hoe voorkomen moet worden dat dit actuele onderwerp onderdeel wordt van de komende lokale verkiezingen. Want, zo is de beschreven denkwijze, dan verliest DSM de greep en strakke controle. Een tweede Barendrecht-debacle dus. Het zou toch te gek zijn, als DSM zich door een stelletje bezorgde bewoners een zwaar bevochten gunning door het ministerie van Economische Zaken door de neus zou laten boren?! Wat denken die bewoners en die wijkplatforms wel?! Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de bedenkers bij DSM in hun denkwijze – hopelijk zeer tijdelijk – vervallen zijn tot een haast vergeten regentenmentaliteit, er vanuit gaand dat die simpele inwoners van Geleen wel met kraaltjes en spiegeltjes zullen ‘omgaan’.

Waarom denk ik dat de tekst van het communicatieplan uit de koker van DSM komt? Dat haal ik uit het feit dat bij de opstelling van het plan een voor mij onbekend adviesbureautje onder de naam SPINConsult betrokken is. Wie zich SPINConsult noemt (het enige dat ik gevonden heb is dat het lijkt te gaan om een zzp-bedrijfje uit Rotterdam – raar dat DSM met dit soort eenmanszaakjes dit soort grootschalige projecten opzet), biedt volgens mij meer dan gewoon communicatieadvies (een bedrijfstak waar ik verder veel respect voor heb). Doet het bedrijf precies datgene wat de naam SPINConsult doet vermoeden: een “spin” (Engels voor: (ver-)draaien) geven aan informatie om daarmee een vooraf bepaald eigen doel te bereiken?
In landen als Engeland gaat men heel ver in commercieel ‘spin-advies’: daar wordt door een aantal adviesbedrijven bewust ingezet op misinformatie, het discrediteren van tegenstanders en het onder druk zetten van politici om toch maar de gewenste vergunning of andere regeling voor de commerciële opdrachtgever te bemachtigen. Ik hoop van harte dat we in Nederland niet tot dit soort praktijken afglijden. Voor de duidelijkheid: SPINConsult kan zonder meer een volstrekt oprechte communicatieadviseur zijn die zich houdt aan de ‘koninklijke weg’, maar ik wordt toch erg achterdochtig als ik geen website kan vinden, niet meer dan een 06-nummer als contactpunt tegenkom dat bovendien “niet in gebruik” blijkt te zijn, en de enige medewerker toch een mooie opdracht van industriegigant DSM heeft… Ik verwacht dat DSM mij als burger en als politicus snel meer opheldering verschaft over hun relatie met SPINConsult en hun rol in dit dossier! Mocht ik mij in SPINConsult vergist hebben, dan zal ik op deze website daarvoor mijn verontschuldigingen aanbieden, maar als politicus vind ik dat ik deze vragen en twijfels mag en moet hebben.

Oh ja – en over de inhoud (de CO2-opslag onder Chemelot) hebben we het nog niet eens gehad. Er is namelijk nog steeds geen eerlijke, openlijke en oprechte discussie over de risico’s van dit proefproject geweest. Met niemand! Het enige dat ik tot nu heb kunnen achterhalen, is dat het ministerie van Economische Zaken in deze zaak een grote rol speelt. Welke rol, waarom, waarom hier in het Limburgse, hoe en op welke manier?? Vragen, vragen, vragen…

Ik wil precies weten hoe de gemeente Sittard-Geleen – specifiek het college van B&W - onze Gedeputeerde en ook DSM in deze zaak zitten? B&W en de gedeputeerde zijn de opdrachtgevers voor de nota. Wat ik wil weten, is het volgende:

  1. Wie heeft opdracht gegeven voor het opstellen van het communicatieplan?

  2. Wie (welke organisatie(s), welke personen) heeft het communicatieplan geschreven?

  3. Hebben de politieke besluitvormers het communicatieplan al gelezen?

  4. Is het communicatieplan al door de besluitvormers goedgekeurd?

  5. Staan de politieke besluitvormers achter de aanbevelingen van het communicatieplan?

  6. Wat vinden B&W principieel van de kwalificatie van burger(groepen) uit haar gemeente onder de noemer ‘vijanden’?

  7. Hoe gaan B&W in de toekomst om met externe partijen die een deel van haar burgers kwalificeren als ‘vijanden’?

  8. Wat is de exacte rol van SPINConsult in dit communicatieplan?

  9. Is het intern beleid en normale terminologie van DSM om burgers van deze provincie te bestempelen als 'vijand'?

Ik verwacht dat het college van B&W van Sittard-Geleen zo snel mogelijk tekst en uitleg komt geven over deze onverkwikkelijke zaak, zowel aan de gemeenteraad (ik hoop dat mijn lokale collega-politici dit onderwerp oppakken) als ook aan de bewoners uit de wijken. Wethouder Guyt (juist ja: mijn eigen partijgenoot en lijsttrekker van een partij waar ik ook op de lokale kieslijst sta) heeft al aangekondigd eind deze maand met alle betrokken wijken en bewoners te komen praten. Een eerste stap, en hij zal met een heel goed verhaal moeten komen.
Ik verwacht in ieder geval van Guyt als wethouder en als PvdAer dat hij volledig afstand neemt van het advies in het communicatieplan en dat hij de opstellers ervan in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk maakt dat dit onacceptabel is! De enige terechte maatregel die daarop wat mij betreft mag volgen, is dat het hele dossier voorlopig in een hele koude ijskast gestopt wordt. Later…heel veel later… kunnen we dan nog eens opnieuw SAMEN kijken naar de inhoudelijke voors en tegens van CO2-opslag in de grond onder Chemelot.

Om ook vast te stellen wat de rol van de provincie precies is (geweest), heb ik als Statenlid, samen met CDA-collega Math Nijsten uit Geleen, vandaag schriftelijke vragen gesteld aan gedeputeerde Bert Kersten (ook een PvdAer). De vragen staan HIER (de antwoorden zullen t.z.t. ook hier komen).

De onderste steen moet boven. Alleen zo kan de politiek laten zien dat zij er is VOOR de burger en niet omgekeerd!

vrijdag 15 januari 2010

Buitenring: schriftelijke vragen aan GS over financiele risico's

Dit jaar staat de besluitvorming over de aanleg van de Buitenring Parkstad op de agenda. De verwachting is dat in maart het zogeheten gedetailleerde Inpassingsplan zal worden gepubliceerd. Na het doorlopen van de diverse inspraakprocedures zullen Provinciale Staten op 9 juli een definitief standpunt moeten bepalen. Een spannend jaar dus.
In de aanloop naar die besluitvorming ben ik zeer geinteresseerd hoe de provincie de financiele risico's van de aanleg denkt te gaan managen. Op dit moment ligt het totale budget voor de Buitenring op 240 miljoen euro (incl. optimalisaties en aansluiting bij Landgraaf). Niet gering dus! Welke risico's draagt de provincie nu zelf en welke risico's zullen voor rekening van het aannemersconsortium komen, mocht de weg ook echt aangelegd gaan worden?

Ik zie drie soorten risico's:
1. funderingsrisico's
2. vertragingsrisico's
3. prijsrisico's
4. meerwerkkosten

Om hier meer zicht op te krijgen, heb ik vorige week schriftelijke vragen aan gedeputeerde Staten gesteld. Ik verwacht zelf dat een aantal vragen nog niet (defintief) beantwoord zal kunnen worden, omdat we natuurlijk nog niet in de contractonderhandelingsfase met aannemers zitten. Ik wil vooral meer weten over de strategie en denkrichtingen die GS denken te gaan hanteren in die onderhandelingen. Door de vragen in dit vroege stadium al te stellen, wil ik vermijden dat we in juli erachter komen dat sommige risico's toch niet zijn meegenomen. Mijn vragen staan HIER. Uiteraard zal ik ook de antwoorden publiceren op het moment dat ze bekend zijn.

donderdag 7 januari 2010

Gedeputeerden komen goed uit onderzoek bonnetjesaffaire

De bonnetjesaffaire van onze twee PvdA-gedeputeerden is nu eindelijk afgelopen. Gistermiddag werd in Urmond een uitgebreid rapport aan de media gepresenteerd, opgesteld door ons Tweede kamerlid Lia Roefs en onze gewestvoorzitter Marcel Kleijnen. Zij hadden een extern accountantsbureau de opdracht gegeven om met de fijnstmogelijke kam nog eens door alle bonnetjes te gaan en alles aan hen te rapporteren. Los daarvan hebben Roefs en Kleijnen het declaratiegedrag van de gedeputeerden beoordeeld tegen het licht van de interne PvdA-gedragscode. Conclusie: de declaraties zijn door het provinciaal apparaat volstrekt verkeerd op het internet gepubliceerd, met heel veel dubbeltellingen, declaraties die helemaal niet van de gedeputeerden afkomstig waren of andere jaargangen.
Van de oorspronkelijk 70.000 euro van Kersten, blijft volgens de accountant 27.000 euro over. Bij Wolfs moest het bedrag verlaagd worden van 60.000 euro naar 25.000 euro. Zelfs de optelsom van alle bonnetjes klopte niet.
Daarnaast heeft - zo stel ik zelf vast - ook de krant een paar flinke steken laten vallen door niet erg zorgvuldig het door hen zelf opgevraagde bronmateriaal te controleren. De conclusies over onterechte declaraties en graaigedrag waren wel erg snel getrokken. Zo is er door de krant destijds snel aangegeven dat de gedeputeerden toch een vaste onkostenvergoeding hadden van 600 euro per maand. de werkelijkheid is dat die 600 euro een bruto-bedrag is (dus moet er 52% vanaf), de eigen bijdrage van de mobiele telefoon is er niet van afgetrokken en ook niet de bijdrage die de gedeputeerden verplicht moeten leveren (net als alle fractieleden) aan de fractiekas. De maandelijke netto onkostenvergoeding blijkt dan plotseling 166,65 euro te zijn. Nog steeds een aardig bedrag. Daar kun je toch zeker dat rolletje drop en die poster van betalen, denk je dan. Antwoord: ja. Dat hadden we ook niet moeten doen, bevestigen de gedeputeerden nog maar eens. Het onderzoek laat echter wel zien dat - zonder dat de gedeputeerden de eindverantwoordelijkheid afschuiven - deze kosten door onoplettendheid en een samenloop van omstandigheden zijn meegenomen. Overigens - louter formeel - de rolletjes drop vallen wel onder de officiele declaratieregels en konden dus rechtmatig gedeclareerd worden. Als PvdAers moeten we dit echter gewoon niet doen, en daar zijn de gedeputeerden zich ook van bewust.
Hebben de twee graaigedrag vertoond of zijn wij als belastingbetalers benadeeld: ik zeg NEE. Er zijn behoorlijke fouten gemaakt door het ambtelijk apparaat in de provincie bij het toebedelen van declaraties aan mensen en projecten. Ik hoop dat men daar snel van leert, want we zullen dit nu nadrukkelijker gaan controleren. tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat Kersten en Wolfs behoorlijke eigen kosten die ze ten behoeve van de provincie hebben gemaakt (zoals reiskosten met eigen vervoer naar tal van bijeenkomsten) nooit hebben gedeclareerd. Het gaat dan om jaarbedragen die in de vele honderden, zoniet enkele duizenden, euros kunnen lopen. Als je een graaier bent, dan let je vooral op dat soort kosten en probeer je je niet te verrijken met het declareren van een rolletje drop.

Mijn conclusies:
  1. Van de beschuldigingen van onterecht declaratiegedrag en graaimentaliteit van Kersten en Wolfs blijft niets over. Wat mij betreft gaan ze met opgeheven hoofd verder met hun werk.
  2. Kersten en Wolfs moeten in het vervolg wel nadrukkelijker (minder slordig) hun declaraties controleren voordat ze ze (laten) indienen. Ze blijven eindverantwoordelijk.
  3. Het provinciaal ambtelijk apparaat moet uit deze affaire heel snel lering trekken en zorgen dat ze haar werk naar behoren gaat doen. Hier heeft men steken laten vallen! Informatie die door de provincie op het internet gepubliceerd wordt, moet kloppen!
  4. De krant heeft de provincie een goede dienst bewezen door via de Wet Openbaarheid van Bestuur dit onderwerp publiek te maken. Wat mij betreft moet zij in de toekomst echter meer tijd besteden aan een grondige analyse en controle van informatie voordat artikelen gepubliceerd worden. De krant heeft - bedoeld of onbedoeld - de macht om in haar artikelen en opiniestukken mensen snel te beschadigen. Lezers geloven wat de krant schrijft. Het achteraf corrigeren van onterechte beschuldigingen of insinuaties, is veel moeilijker. De krant heeft de plicht om met deze macht heel zorgvuldig om te gaan. Het hele proces overziend, heb ik sterk de indruk dat de wens om vooral snel een verhaal te publiceren voorrang heeft gehad op de zorgvuldigheid.

Het samenvattende eindrapport van Roefs en Kleijnen (en de officiele reactie van de PvdA Statenfractie) is op de website van de PvdA-Limburg gepubliceerd. Klik HIER.

maandag 28 december 2009

Een goede start van 2010 toegewenst


Ik wens iedereen een gezellige nieuwjaarsnacht en een goed en gezond 2010 toe!


Dit jaar heb ik overigens geen kerstkaartjes gestuurd (door omstandigheden geen tijd gehad om ze voor te bereiden). Volgend jaar wel!

Groet
Roy

maandag 14 december 2009

Werkbezoek in Roermond

We zijn in Roermond op werkbezoek. Roermond ken ik goed - ik zat er zes jaar op de middelbare school, toen Rijksscholengemeenschap (RSG) geheten, nu het Stedelijk. Ik heb hele goede herinneringen aan de RSG, een absolute topschool die destijds ook landelijk hoog scoorde. Tegenwoordig hoor ik niet veel meer over de school. De mensen die er wel wat vanaf weten, zijn in ieder geval niet erg positief meer. Het zou er nu een rommeltje zijn en de kwaliteit van lesgeven beneden peil. Als het waar is, vind ik dat jammer. Vooral omdat die school altijd een grote bindende factor was tussen een aantal wijken met verschillend ontwikkelingsniveau. Op de RSG kwamen kinderen uit Maasniel en de binnenstad, maar ook uit de Donderberg, de Kastelenbuurt en de Kemp samen. Dat versterkte de onderlinge structuur tussen die wijken en met name de kinderen/scholieren uit de zwakkere wijken hadden daar baat bij.
Op dit moment staat de Donderberg opnieuw in de schijnwerper als wijk met grote achterstanden, zowel qua sociale als ook qua fysieke structuur. Veel geld moet er tegenaan, wordt gezegd. In mijn gesprek met wethouder Gerard Eijff benadruk ik dat je dan vooral ook moet beginnen met het verbeteren van de scholen in de buurt, zodat kinderen uit verschillende wijken weer samen op een school willen zitten. Nu vertrekt een groot deel van kinderen uit andere wijken naar Broekhin.

Ik kom wat laat binnen tijdens het werkbezoek en mis daardoor een deel van de presentatie die Eijff geeft. Ik pak wel mee dat Eijff trots is op de stad; een stad die bruist van de energie en economische ontwikkeling. De werkloosheid is gedaald naar net negen procent. Een paar jaar geleden was het nog het dubbele. Tijdens een wandeling door de binnenstad, het outletcenter en het Retailpark laat Eijff zien wat hij bedoelt: Roermond is een drukke koopstad geworden, zonder pretenties, maar ook zonder schroom. Overal wordt gebouwd en ingericht, alsof er geen krimp of crisis bestaat. Veel bezoekers komen uit Duitsland. Het verbaast mij niet, want op de Duitse radio (1Live, waar ik wel eens naar luister), komt om het halfuur een spotje dat het outletcenter in geuren en kleuren aanprijst (ja: auch Sonntags geoeffnet!).
Het doet mij wel denken aan een gesprek dat ik een jaar geleden had met een paar Duitse Landtagsabgeordnete die de Duitse grensregio vertegenwoordigen. Zij waren op zijn zachtst gezegd cynisch over hun Nederlandse buur: in hun beleving zou er jaren geleden tussen Roermond en de regio Elmpt/Viersen worden samengewerkt aan een grensoverschrijdend retail en industrie-'walhalla'. Terwijl men aan de Duitse kant nog bezig was met het maken van plannen, had men in Roermond besloten om het gewoon even zelf te doen, daarmee niet alleen de Duitsers, maar ook de Belgische buren buiten de deur te zetten. "Goed van ons, toch", zal vooral Jos van Rey gedacht hebben. "Die hebben we lekker te pakken". Het is maar goed dat Van Rey in de Staten niet al te vaak het woord voert over het onderwerp Internationalisering, want dan zou ik hem het cynisme van de Duitse collega's nog eens hebben voorgehouden.
Dat gezegd hebbende: Roermond heeft zich verder prima ontwikkeld tot een sterk regionale trekpleister. De bewoners varen er wel bij, want de binnenstad ziet er beter uit dan ooit. Ik ben vooral onder de indruk van de transformatie die de Neerstraat heeft doorgemaakt, en als ik Eijff mag geloven, komen nu de delen aan het water aan de beurt. Prima! En ook de Veldstraat - waar ik vele weekeinden was - krijgt weer een facelift. Roermond in de vaart der volkeren...Enne!? Auch enne!

woensdag 9 december 2009

Gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart; ik sta op plek 15

De gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden op 3 maart 2010. De campagnevoorbereidingen zijn inmiddels al her en der begonnen. De start is meestal de vaststelling van de kandidatenlijst. In Sittard-Geleen werd tijdens de ledenvergadering op 7 december de volgende lijst vastgesteld:
1. Ruud Guyt
2. Frans van Velzen
3. Jack Peeters
4. Maret Celis
5. Chris Stoelwinder
6. Mohamed Lafnoune
7. Jeu Remmers
8. Bep Mergelsberg
9. John Herberigs
10. Harrie Adams
11. Nick Naus
12. Irene Havermans
13. Sergio Klein
14. May van de Kerkhof
15. Roy Pennings
16. Gerard Dicks
17. Jac Koenen
18. Robbin Winantz
19. Abdelkader Bennaghmouch
20. Noud Slegers
21. Ben Ichigui
22. Pauline Smeets
23. Jan Smeet

Ik was gevraagd om op de lijst te gaan staan en plek 15 is voor mij prima, want het biedt de mogelijkheid om actief de campagne te ondersteunen en ook later 'van binnenuit' bij de fractie betrokken te blijven. Ik blijf mij verder echter volledig concentreren op het Provinciale Statenwerk. Een combinatie van gemeente- en provinciale politiek is - vanwege mijn gewone baan - voor mij geen optie.

Ik hoop dat de vele Sittard-Geleense mensen die in 2007 op mij gestemd hebben tijdens de Statenverkiezingen, op 3 maart gaan stemmen op een van de bovenstaande PvdAers.

zaterdag 28 november 2009

Bezoekers in het Gouvernement (26 november)

Een van de beste manieren om te laten zien wat je als Provinciaal Statenlid doet, is door mensen uit te nodigen het Gouvernement te bezoeken. Naast het bekijken van de Statenzaal en een rondleiding door het gebouw waarin zo’n 900 ambtenaren werken, krijg je zo de tijd om vragen te beantwoorden, te discussiëren en achtergronden bij onderwerpen die op TV in 20 seconden behandeld worden, beter uit te leggen.

Vorige week kwamen 16 leden van de vereniging Orbis Amicorum op bezoek. Dit is een vereniging van oud-directeuren van basisscholen uit de Westelijke Mijnstreek. Gedurende bijna drie uur hebben we tal van onderwerpen besproken, van het functioneren van de besluitvorming en de gevolgen van krimp en vergrijzing in onze provincie tot de Buitenring Parkstad en de zogeheten bonnetjes-affaire.

Het bezoek maakte weer eens duidelijk hoe belangrijk het voor politici is dat ze met burgers in open gesprek gaan en geen onderwerp proberen te omzeilen of met een paar samenvattende kreten af te doen. Niet overal is een rechtvaardiging voor, maar anderzijds blijkt dat als je meer tijd neemt (en krijgt) om achtergronden voor een bepaalde positie of besluit uit te leggen, er ook beter en meer begrip voor jouw handelswijze ontstaat. Samengevat vond ik het een heel leuk bezoek en ik heb begrepen dat de vereniging ook tevreden was. Bijgevoegd een paar foto’s van een deelnemer aan het bezoek, de heer Leunissen, waarvoor mijn dank.

woensdag 18 november 2009

Veiligheid goederentreinen bij Venlo (schriftelijke vragen)

De veiligheid van het goederentreinverkeer is natuurlijk niet alleen in mijn eigen regio - Westelijke Mijnstreek - een belangrijk issue. Met name Venlo is dankzij de zogeheten Brabantroute een knooppunt voor goederenwagons vanuit de havens van Rotterdam en Amsterdam naar Duitsland. De drukte op het spoor wordt door de toenemende concurrentie tussen personen- en goederenvervoer alleen maar groter. Ik verwacht dat daardoor het goederenvervoer per spoor op termijn steeds verder "de nacht in wordt geduwd" wat zal leiden tot grotere geluidshinder en - mogelijk - veiligheidsrisico's in stadscentra waar die treinen doorheen moeten. Goederentreinen worden bovendien steeds langer: gemiddeld 600 tot 750 (= wettelijk maximum) meter lang. Dat komt neer op zo'n 30-50 wagons per trein. Langere treinen betekent ook dat de locomotieven die de wagons moeten trekken, zwaarder en sterker moeten zijn. Concreet komt dat erop neer dat er een groter beroep zal moeten worden gedaan op de zogeheten 6400-locs of een combinatie van locomotieven. Geen prettig vooruitzicht!

In Venlo maakt men zich zorgen over de veiligheid van het goederentreinverkeer via de Brabantroute. De provincie Brabant heeft onlangs gepubliceerd dat op deze route de afgelopen vijf jaar 70 goederentreinen door rood sein gereden zijn. Als je bedenkt dat een deel van deze treinen bestaat uit wagons met gevaarlijke en zeer gevaarlijke stoffen, dan is dit een verontrustend gegeven. De provincie Brabant heeft aangegeven dat men op Brabants grondgebied 2 miljoen euro wil investeren in de vernieuwing van het verouderde beveiligingssysteem op de Brabantroute. Ook de gemeenten langs het spoor betalen mee. Mijn Venlose collega Wouter Schenk heeft daarop vragen gesteld aan het College van B&W in Venlo. Hij wil weten of de gemeente zich ook zorgen maakt over de veiligheid op het spoor.
Aangezien de problematiek langse de Brabantlijn echter meer Limburgse gemeenten betreft, hebben Wouter en ik samen nu ook vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten. GS moet wat ons betreft onderzoeken wat de onderhoudsstaat en de veiligheidsgraad van het bestaande beveiligingssysteem in Limburg is. Mocht het niet voldoen, dan moet de provincie - samen met de gemeenten - snel het geld bijeen brengen om ook op het Limburgse deel van het traject een nieuw systeem te plaatsen. Voor een kopie van de schriftelijke vragen MET de antwoorden van GS, klik HIER.

vrijdag 13 november 2009

Provinciale Staten: Begroting 2010

Zoals ieder jaar is er begin december de begrotingsvergadering, waarin duidelijk wordt wat GS van plan zijn. De inzet van GS voor 2010 gaat vooral richting het verder ontwikkelen van de zogeheten Beeldbepalende Ontwikkelingsprojecten (BBOs). Dat zijn er een aantal: van de Floriade/Greenport via de Sportzone tot aan de Buitenring, de Europese Culturele Hoofdstad en de bouw van een cardio-vasculair centrum op Avantis. Veel van die projecten hebben het moeilijk, deels veroorzaakt door de economische/bankencrisis, maar deels ook omdat de afstemming en planning op lokaal en regionaal niveau soms moeizaam verloopt. Daarnaast zijn er nog de Regiovisies die in de eerste 18 maanden van de coalitieperiode samen met de Limburgse gemeentes zijn opgesteld. Daarin staat wat voor de provincies de belangrijkste projecten zijn waaraan de provincie zou moeten bijdragen. In de praktijk blijken GS niet heel erg happig om die prioriteitenlijst van de gemeentes te volgen. Er zijn maar een paar Regiovisies die nu ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Bij de andere geven de gemeentes en de provincie elkaar een beetje de schuld voor de vertraging: de kritiek gaat van 'ze schieten niet op' tot 'ze doen toch wat ze zelf willen' en 'ze zeggen wel dat ze het willen, maar zelf leggen ze geen cent op tafel. Dan doen wij het ook niet'.
Al met al een moeilijker proces dan twee jaar geleden gedacht. Dat betekent niet dat de benadering op zich fout is! Ik denk dat een Regioagenda er in principe voor zorgt dat de prioriteiten van gemeenten (ook onderling) en de provincie erlkaar versterken. Dat gebeurt nu gewoon te weinig. Het kan liggen aan een veel snellere verschuiving van prioriteiten bij de gemeenten ('brandjes blussen', waardoor middelen snel van de ene post naar de andere verschuiven), maar ook aan de politieke 'waan van de dag' op het provinciehuis. Als PvdA blijven we inzetten op de uitvoering van de Regioagenda's in heel Limburg, maar het betekent dat we in 2010 en 2011 heel kritisch zullen zijn op de voortgang hiervan.

maandag 9 november 2009

Statenvergadering 9 oktober

De Statenvergadering van 9 oktober was hektisch en eindigde - met de rol van GS in het Sporting Limburg fusiespektakel - uiteindelijk met een motie van wantrouwen door de oppositie. Die motie werd door de coalitiepartijen en met oppositiepartij D66 verworpen. Het was bij voorbaat duidelijk dat vanwege de media-hype rondom de mislukte fusie, Sporting Limburg door de oppositie zou worden aangegrepen om een show te maken van de vermeende onbetrouwbare rol van onze Gouverneur Frissen en het college van GS als geheel. Dat de gedreigde motie van wantrouwen uiteindelijk ook echt werd ingediend, was dan toch nog een verrassing voor de meeste mensen. Als je naderhand met de hoofdrolspelers spreekt, dan lijkt het erop dat er op het moment van indiening vooral sprake was van een opeenstapeling van misverstanden die begon bij het voorbarige interview van L1 met SP-er Daan Prevoo. Op een directe vraag van L1 antwoordde Prevoo namelijk dat de motie in ieder geval zou worden ingediend, terwijl op dat moment in de Statenzaal de Gouverneur nog bezig was met zijn toespraak en het beantwoorden van vragen uit diezelfde oppositie. Dat schoot het College van GS duidelijk in het verkeerde keelgat: wat had het nog voor zin om vragen van de oppositie te beantwoorden als bij voorbaat vaststaat dat er een motie van wantrouwen wordt ingediend, zo was de woedende reactie van enkele GS-leden. Bij navraag bij SP-leider Thijs Coppes bleek dat de Gouverneur wat hem betrof de vragen zo goed beantwoordde, dat hij op dat moment de motie alsnog niet meer nodig achtte. Toen echter daarna GS-woordvoerder Ger Driessen namens het College zijn woede uitte over de uitspraken van Prevoo, kantelde de discussie opnieuw 180 graden en kwam de motie weer op tafel.

Mijn college Alouis Heijmans heeft op zijn weblog een uitstekende samenvatting van deze vergadering geschreven. Ik sluit mij daar graag bij aan. Om het leesgemak te vergroten heb ik de tekst van zijn weblogbijdrage hieronder gekopieerd:

Weblogtekst Alouis Heijmans
Het belooft in Provinciale Staten een enerverende dag te worden. Het debacle voetbalclub Sporting Limburg komt aan de orde: de fusieclub voortkomend uit Roda JC en Fortuna Sittard. Gouverneur Frissen heeft zich daar met hart en ziel voor ingezet. Naar zijn overtuiging zouden beide clubs op termijn alleen niet kunnen overleven. Te kleine budgetten en gebukt gaande onder een zware schuldenlast zouden zij geen rol meer kunnen spelen in Ere of Eerste divisie.
Toch ging het op het laatste moment compleet mis. Op 2 april nog een persconferentie waarin de geboorte van Sporting Limburg werd aangekondigd en een week later einde oefening. Iedereen in de gordijnen, grote ego’s aangetast. Wie was waar verantwoordelijk voor? De direct betrokken partijen, clubbestuurders en provincie, gingen rollebollend over straat. En dus moest er een nader onderzoek komen om uitsluitsel te geven over het hele proces.
De uitkomst van dat onderzoek is dat Frissen geen blaam treft. Geen harde toezeggingen gedaan, wel dat de bereidheid aanwezig was om € 6,5 miljoen uit te trekken op voorwaarde dat de schulden van de oude clubs zouden worden gesaneerd en dat het bedrijfsleven zou sponsoren. Maar in de rapportage wordt de rol van Frissen wel erg bescheiden voor het voetlicht gebracht. Tot het laatste toe, op 1 april nog een dag voor de persconferentie, overlegt Frissen met potentiële sponsoren. Maar desondanks, stelt Frissen enkele dagen later vast dat er te weinig politiek draagvlak is om het gevraagde geld beschikbaar te stellen. Aan de gestelde voorwaarden wordt niet voldaan en wordt de stekker uit Sporting Limburg getrokken. Verbijstering en woede bij de clubbestuurders die ondanks alle tegenstand van supporters zo hun nek hadden uitgestoken. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Frissen die te ver voor de troepen uitliep, wellicht. Had hij niet veel eerder moeten terugkoppelen naar de politiek met de vraag of hij nog voldoende werd gesteund in zijn pogingen Sporting Limburg van de grond te krijgen? Maar van de andere kant wat is er op zich mis mee dat Frissen zijn nek durfde uit te steken? Dat siert hem alleen maar. Dat ik persoonlijk een fusieclub in Zuid-Limburg nooit heb zien zitten doet daar niets aan af. Waar zijn we als overheid mee bezig om iedere keer weer voetbalclubs uit het financiële moeras te halen? De gemeente Sittard-Geleen had groot gelijk door niet meer de beurs te trekken om Fortuna-Sittard van de schulden af te helpen.

Uiteindelijk tijdens de verhitte debatten geeft Frissen na veel trekken en duwen aan dat hij inschattingsfouten heeft gemaakt. Dat er onder grote tijdsdruk moest worden gehandeld. Maar stelt ook dat hij niet alleen maar ingehuurd is om linten door te knippen. Feit is dat de clubbestuurders van een kouwe kermis zijn thuis gekomen. Voelen zich behoorlijk voor schut gezet en maken van hun hart geen moordkuil. Sef Vergoosen, toch niet de eerste de beste in voetballand, doet in de Statenvergadering verslag van zijn bevindingen. Op zich triest dat partijen zo op die manier tegenover elkaar zijn komen te staan. Zeker, Frissen heeft verwachtingen gewekt, is als kartrekker van groot belang geweest. Heeft ook steeds de voorwaarden aangegeven waaronder de provincie de beurs zou trekken. Maar eveneens begrijpelijk dat de clubs in de veronderstelling waren dat het wel goed zou komen. Niet dus en Frissen moet nu diep door het stof. Maar nogmaals dat kan gebeuren, niet ieder project wordt succesvol afgesloten. Het valt hem aan te rekenen dat hij beter had kunnen communiceren, naar de Staten toe en naderhand ook naar de clubbestuurders. Hen moeten meedelen dat ze samen geknokt hebben tot het laatste toe, maar dat hij er niet in geslaagd is voldoende draagvlak te creëren.

Na de eerste erupties komen de gemoederen in de loop van het debat weer tot rust. Totdat gedeputeerde Driessen het woord neemt en de SP vooringenomenheid verwijt door al op L1 televisie aan te kondigen met een motie van wantrouwen te komen, nog voordat Frissen heeft kunnen antwoorden. Op zich heeft Driessen daar een punt, maar draaft vervolgens door. Verwijt de SP en de totale oppositie alleen maar bezig te zijn met procedures in plaats van zich te richten op de inhoud van belangrijke thema’s. Die agressieve houding schiet compleet in het verkeerde keelgat met als gevolg dat het complete college van Gedeputeerde Staten nu een motie van wantrouwen aan de broek krijgt. Die wordt verworpen, al blijft het een uitermate onplezierig gegeven dat zoveel fracties die motie steunen. Zoiets blijft lang hangen. De onderlinge verhoudingen zullen er nog meer door onder druk komen staan. De relatie tussen een groot deel van de Staten en GS, als dagelijks bestuur van de provincie, zijn nu volledig verziekt. Was dit nu nodig geweest? Niet dus. Frissen wist op een gegeven moment de juiste toon te vinden, stelde zich kwetsbaar op. En dan dit. Jammer dat Driessen op zo’n belangrijk moment zich niet heeft weten in te tomen.

zondag 27 september 2009

Commissievergadering Economisch Domein (25-09-09)

Deze vergadering was wel belangrijk, maar had geen nieuwswaarde. De aanwezige journalisten vonden er in ieder geval weinig aan. Op het programma stonden onder meer de gratis overdracht van de provincieaandelen in het bedrijf Nazorg Limburg BV en de spelregels voor provinciale leningen aan en participaties in Limburgse bedrijven.
Over de Nazorg BV heb ik eerder al geschreven. Het betreft de zorg over zes gesloten afvalstortplaatsen. Ook al zijn die stortplaatsen inmiddels dicht en afgedekt, ze vereisen toch nog steeds zorg en controle. Nazorg BV zal echter geen nieuwe gesloten stortplaatsen gaan beheren. Nadat een paar maanden geleden eerst was geprobeerd extra taken voor Nazorg BV te vinden, hebben de aandeelhouders – de betrokken gemeentes en de provincie – inmiddels besloten dat het beter is dat de provincie zich helemaal terugtrekt. Er is niet langer een bovenregionale taak ten aanzien van deze stortplaatsen. In de commissie ED werden we gevraagd om akkoord te gaan met de gratis overdracht van de provinciale aandelen (50%) aan de Nazorg BV. De overheidsbetrokkenheid wordt gegarandeerd door de gemeentes die uiteraard wel eigenaar blijven. De provincie geeft de aandelen gratis uit handen, omdat de Nazorg BV zelf op dit moment – vanwege slecht renderende beleggingen – te weinig geld heeft om de aandelen echt te kopen. Voor het toekomstig beheer van de stortplaatsen blijven er echter ruim middelen beschikbaar.

Een ander punt betrof de voorwaarden waaronder de provincie wel of niet leningen aan bedrijven moet verstrekken en wanneer zij in bedrijven als aandeelhouder zou moeten (kunnen) participeren. De provincie heeft hiervoor een soort stroomschema gemaakt dat in ieder geval een aantal criteria en handvatten biedt. Uitgangpunt daarbij is het publieke belang. In een eerdere vergadering had ik al aangegeven dat de definitie daarvan wel erg vaag was. Ondanks een hernieuwde poging door het ambtelijk apparaat, blijkt dat ook in het nieuwe voorstel dit begrip niet erg helder is. Ook nu nog staat in het voorstel dat werkgelegenheid, bijvoorbeeld, zonder meer kan gelden als een zaak van ‘publiek belang’. Nou wil ik als PvdAer het belang van het behoud van werkgelegenheid niet ondermijnen, maar met zo’n definitie wordt ieder verzoek om financiële hulp van de provincie wel weer erg makkelijk een onderwerp voor de ‘waan van de dag’. Zeker nu in het voorstel duidelijk staat dat Provinciale Staten te allen tijde het definitieve besluit neemt over wel/niet lenen/participeren. Ik wil mezelf en mijn collega’s niet te kort doen, maar je weet hoe zoiets gaat. En zeker in verkiezingstijd…In het voorstel wordt publiek belang nu wel gekoppeld aan een overheidsinterventie “daar waar de markt faalt en betrokken partijen dit niet zelf kunnen corrigeren”. In mijn opmerkingen heb ik gedeputeerde Lebens gevraagd om in ieder geval het begrip ‘marktfalen’ duidelijker te omschrijven. De nieuwe nota moet wat mij betreft voorkomen dat de provincie ‘lukraak’ maar nieuwe particuliere initiatieven mee gaat financieren. Wie iets nieuws wil beginnen, moet zelf maar zorgen voor de middelen. Bovendien moet duidelijk zijn dat als het moederbedrijf van de aanvrager zelf niet bereid is om mee te financieren, dan moet de provincie dat al zeker niet doen. Er zijn een paar voorbeelden uit het recente verleden waar dat anders was. Tenslotte ben ik van mening dat de provincie in geen enkel bedrijf een deelneming mag hebben groter dan 50%. Mocht er dan toch nog geld bij moeten (onder voorwaarde dat andere particuliere partijen dat ook doen) dan alleen als lening. Op die manier worden we als provincie gedwongen goed na te denken voordat we een besluit nemen, want voor iedere lening (of garantiestelling) moeten we geld in een reservefonds stoppen. Dat betekent dat je elders dus minder geld kunt uitgeven.

zondag 20 september 2009

Schriftelijke vragen: Chemelot en het LPG-vervoer door centra Geleen en Sittard

In juli heb ik schriftelijke vragen gesteld aan het College van Gedeputeerde Staten over het vervoer van LPG per trein in grote tankwagons dwars door de centra van Sittard en Geleen. Vorige week kreeg ik daarop de antwoorden (zie onderaan).

Ik had twee aanleidingen voor mijn vragen:
  1. de treinramp in het Italiaanse Via Reggio met een exploderende LPG-wagon
  2. een aanvraag van het bedrijf Chemelot om naast de huidige 5000 wagons aan LPG nog eens extra 5000 LPG-wagons naar het Mauritsemplacement te mogen slepen (dus samen 10.000 wagons per jaar). Naast de LPG worden er jaarlijks nog duizenden andere wagons met zeer gevaarlijke stoffen op het kleine emplacement gerangeerd. Dit komt bovenop de duizenden zogeheten 'bonte treinwagons' met niet gevaarlijke stoffen.
Mocht er ooit een ongeluk met een dergelijke wagon gebeuren, kan dit enorme gevolgen hebben voor de hele stad. In mijn vragen heb ik onder meer verwezen naar een website waar een proef is gehouden met een explosie van een 5 ton LPG-tank. De wagons richting Chemelot bevatten 50 ton. Mijn zorg is dat over een buitengewoon druk bereden spoorbaan met veel personen- en vrachtverkeer nu nog extra vracht vervoerd wordt met een zeer gevaarlijke substantie. En dat op een moment dat Nederland net opgelucht is over het feit dat de ammoniaktreinen dwars-door-het-land eindelijk afgelopen zijn (behalve dan die van Chemelot naar het buitenland).

Voordat iemand de verkeerde conclusies trekt: met mijn vragen probeerde ik van GS vooral helder te krijgen of zij ook een gefundeerde eigen afweging maken over de vraag of het verantwoord is om extra LPG-treinen door drukbevolkte binnensteden te laten rijden. Het alternatief - wat mij betreft - is namelijk een aansluiting van het Chemelot leidingensysteem op de binnenhaven van Stein, waar binnenvaartschepen veel grotere hoeveelheden op een veel veiligere manier kunnen aanleveren, ver van alle bewoning. Het aan te leggen systeem is kort en de provincie heeft toch al besloten tot een flinke financiele injectie van de binnenhaven. Door het verleggen van het gevaarlijk transport van trein naar water zorg je zo voor meer veiligheid voor de burgers en een hogere exploitatiegraad van de haven. Iedereen wint!
De antwoorden van GS op mijn vragen staan HIER.

Reanimatie-estafette op het Stella Maris College in Meerssen

Afgelopen week (18-9) deed ik voor de tweede keer mee aan de jaarlijkse reanimatie-estafette. Dit is een initiatief van de Taskforce QRS binnen de universiteit van Maastricht. Per week overlijden er in Nederland zo’n 300 mensen aan een hartstilstand. Dit gebeurt in 80% van de gevallen thuis. Het duurt ongeveer 10 a 15 minuten tot de ambulance ter plaatse kan zijn. Na opname in het ziekenhuis overleeft maar 5 tot 10%. Maar... Als er binnen 3 a 4 minuten gestart wordt met reanimatie kan deze overlevingskans worden verhoogd tot 60%. Daarom is het heel erg belangrijk dat iedereen leert reanimeren.
Deze training, waarbij ook L1 en TVL verslag deden met diverse radio- en TV-reportages, past precies bij het gezamenlijk initiatief van VVD, CDA, PvdA en PNL in Provinciale Staten enkele maanden geleden. In plaats van de oeverloze discussie over AED’s die we eerder voerden, kwamen de partijen eindelijk tot de conclusie dat naast AED’s ook veel tijd en geld geïnvesteerd moet worden aan reanimatielessen voor burgers. Daarvoor worden nu concrete plannen ontwikkeld.
De reanimatie-estafette loopt daar dus op vooruit, want in het Stella Maris College waren met name de leerlingen enthousiast over de training. Ze hadden zich goed voorbereid, volgden diverse colleges over de werking van het hart en gingen vervolgens ook in groepjes van 3-4 aan de slag met de poppen die in de grote aula lagen te wachten. En ook al lag er een jaar tussen, het bleek dat ook ik snel weer in het ritme zat: 30 (hart) – 2 (beademen). De procedure is heel simpel. Heel anders dan toen ik jaren geleden voor het eerst mijn eerste hulp training deed. In een kort gesprek met enkele ambulancemedewerkers werd duidelijk waarom: in een hulpsituatie ben je als hulpverlener toch al heel erg onder druk. Het laatste waar je je zorgen om moet maken is of je wel heel precies hartmassage geeft op 2 vingers afstand van de onderkant van het borstbeen. “Begin gewoon. Iets doen is altijd beter dan uit angst dichtslaan en niets doen”, gaven de ambulancemensen aan.Projectleidster Petra Schuffelen vertelde later dat het wel moeilijk is om – ondanks een aantal vrijwilligers - dit soort trainingen structureel op scholen en bij verenigingen te geven. “Vroeger mochten alleen artsen reanimatietrainingen geven. Een paar jaar geleden kwamen daar de verpleegkundigen bij en nu mogen dat ook speciaal opgeleide instructeurs, zoals studenten geneeskunde. Het duurt echter een tijd voordat de mensen voldoende zijn opgeleid en het kost ook geld. Het probleem waar wij als organisatie mee zitten is, dat zodra de studenten zijn opgeleid, deze vaker worden ‘weggekaapt’ door de commerciële bureaus die zo gratis opgeleide mensen krijgen. Wij bieden de studenten een vergoeding van 10-20 euro per uur, maar de commerciële bedrijven liggen veel hoger. Het is dan vechten tegen de bierkaai”. Mij lijkt het dat de provincie – vanuit de plannen die nu gemaakt worden – initiatieven zoals die van de Taskforce QRS actief moet gaan ondersteunen om zoveel mogelijk jonge en oudere mensen te leren reanimeren.
Volgend jaar weer...

dinsdag 8 september 2009

Integriteit bij declaraties

De afgelopen twee weken bestond het provinciaal politieke nieuws vrijwel alleen uit de zogeheten ‘bonnetjesaffaire’ van de leden van Gedeputeerde Staten. De kritiek vanuit de media en de bevolking richt zich op zowel de totale hoogte van de declaraties – waarbij de PvdA-bestuurders Wolfs en Kersten bovenaan staan – als ook de declaraties van een aantal kleine uitgaven die niet te rijmen vallen met de vaste onkostenvergoeding van 600 euro die gedeputeerden maandelijks krijgen.

Onderstaand een aantal vragen en antwoorden zoals ik die in deze zaak zie. Uitgebreide verklaringen over dit onderwerp vanuit de gedeputeerden zelf en het PvdA-gewestbestuur Limburg zijn te vinden op de volgende websites:

PvdA-Gewestbestuur


Gedeputeerde Odile Wolfs

Gedeputeerde Bert Kersten

De PvdA-fractie zal pas tijdens een eerstkomende zitting van Provinciale Staten officieel haar standpunt bepalen.

Punt 1:
Een rolletje drop op de creditcard van de provincie declareren als je 600 euro aan vaste onkostenvergoeding krijgt?
Antwoord: Simpel: nee, ook al is er volgens de geldende regels (opgesteld door de Rijksoverheid) formeel niets mis mee, zolang de kosten maar gemaakt zijn tijdens een binnenlands- of buitenlandse dienstreis. Het gaat hier dus om de vraag OF je het – ook al MAG je het – ook moet doen... Nee dus! Dat vinden de gedeputeerden Bert Kersten en Odile Wolfs overigens ook. De kosten voor kleine uitgaven die in de krant genoemd staan, zijn een aantal keren op een verzamelnota terecht gekomen en daardoor over het hoofd gezien. Al deze bedragen zijn dus inmiddels ook weer door de gedeputeerden teruggestort.
Overigens is die vaste onkostenvergoeding van 600 euro een bruto-vergoeding. Daar gaan de inhouding voor privégebruik van de mobiele telefoon en de loonbelasting vanaf. De netto-vergoeding per maand bedraagt 291 euro.

Punt 2:
Zijn die gedeputeerden 70.000 respectievelijk 60.000 euro rijker, bovenop hun salaris?
Antwoord: Nee. Het gaat om kosten die gemaakt en betaald zijn via de provinciale creditcard die iedere gedeputeerde mag gebruiken voor werkdoeleinden.

Punt 3:
Hoe kun je in hemelsnaam 70.000 euro aan declaraties hebben in een jaar?
Antwoord: Het betreft niet een periode van een jaar, maar van 32 maanden (bijna 3 jaar). Dat kan, als er soms via die creditcard activiteiten aan gedeputeerden zijn toegeschreven die eigenlijk via reguliere provinciale wegen betaald hadden moeten worden.
Voorbeelden:

  • zaalhuur voor vergaderingen die eigenlijk op een project geschreven hadden moeten worden, maar door haast of andere reden ‘even’ gereserveerd zijn met de creditcard van de gedeputeerde;
  • studiekosten die eigenlijk op het bestaande budget voor opleidingen geboekt hadden moeten worden.

Punt 4
Die PvdA gedeputeerden declareren veel meer dan die andere gedeputeerden. Echte graaiers, dus?!
Antwoord: Met het voorgaande in gedachte, hangt de hoogte van de totale declaratie toch gedeeltelijk af van de portefeuille van de gedeputeerde. Een portefeuille Financiën en interne organisatie vraagt om minder externe afspraken dan een portefeuille cultuur of milieu. Overigens: de declaratiekosten zelf (afgezien van die kosten van minder dan een tientje, zeg maar) staan nergens ter discussie. Er zijn wel fouten gemaakt in de procedures voor de afrekening van dit soort kosten en hiervoor moet binnen de provinciale organisatie actie op worden ondernomen. Maar bovenal moet echter ook de gedeputeerde in deze situatie scherp blijven opletten onder welke declaratie hij/zij zijn paraaf zet.

Punt 5:
Alleen dankzij de krant/L1 zijn deze misstanden boven water gekomen. Lang leve de media!
Antwoord: Ja, alleen dankzij het WOB-verzoek (“Wet Openbaarheid van Bestuur”) van de media kwam dit naar boven. Als PvdA-Limburg hebben we hier afgelopen weekend uitgebreid en kritisch over gepraat. Onze constatering is: de fouten zijn gemaakt en worden erkend! Blijkbaar zijn de richtlijnen waarvoor de vaste onkostenvergoeding is bedoeld, niet duidelijk genoeg en hebben onze gedeputeerden dit ook zelf niet echt scherp in de gaten gehouden. De rolletjes drop zijn ‘er in gesleten’. Overigens, de verhalen in de krant zijn tot nu toe vooral geschreven met ‘grove pennestreken’, zonder dat er serieus naar achtergronden voor gemaakte kosten is gekeken. Dat is bij deze zaak volgens mij een gemis bij diezelfde media, want toen ik op de School voor Journalistiek zat, werd mij in ieder geval verteld dat – als ik vraag om transparantie – ik daarna met die informatie ook zorgvuldig en genuanceerd moet omgaan. Dat ben je als journalist verplicht tegenover zowel de personen waar je over schrijft, als ook – en misschien nog wel belangrijker – tegenover jouw lezers.

Punt 6:
Die gedeputeerden zijn typische graaiers van geld dat niet van hen is.
Antwoord: Daar ben ik het niet mee eens. De totale onterecht gedeclareerde kosten (de dropjes, het fantaatje etc.) liggen bij zo’n 900 euro voor elk van de PvdA-gedeputeerden over een periode van 32 maanden. Zoals al gezegd: die kosten zijn onmiddellijk terugbetaald. Voor de zekerheid gaat ons gewestbestuur alle bonnetjes nog eens door een hele fijne stofkam halen, maar ik verwacht absoluut niet dat daardoor extra zaken naar voren komen. Wie de zaak had willen ‘flessen’ en eens diep had willen graaien, had het wel anders aangepakt. Niemand stelt een goed betaalde baan op het spel voor 900 euro die er bij het ‘eerste het beste WOB-verzoek’ van de media uitgehaald zou worden. De gedeputeerden hebben op het punt van de kleine declaratiebedragen slordig gehandeld. Daarover bestaat geen twijfel. Maar ik zie bij beiden zeker geen graaimentaliteit. De slordigheid moet onmiddellijk worden gecorrigeerd en het mag niet meer gebeuren. Maar daarmee is het dan ook klaar.

Punt 7:
Hoe komt gedeputeerde Wolfs erbij om haar goede bedoelingen te laten zien door te stellen dat zij naar Japan “alleen economy class” vliegt. Als ze er al heen moet, dan verwacht ik dat gewoon van haar.
Antwoord: Van politici mag en moet je verwachten dat ze verantwoord en zuinig met publiek geld omgaan. Ik wil wel stellen dat in vrijwel alle Nederlandse bedrijven (en ook in een aantal overheidsorganisaties met betrekking tot ambtenaren) in de arbeidsvoorwaarden is opgenomen dat medewerkers verplicht (!) business class moeten vliegen zodra de reis intercontinentaal is. Dat moet vanwege gezondheidsrisico’s (ARBO). Ik ben zelf tevreden dat onze gedeputeerde economy class gevlogen is, maar van mij had ze – net als gewone Nederlandse werknemers – ook business class naar Japan mogen vliegen.

Punt 8:
Gedeputeerde Kersten heeft een studie gedeclareerd van meer dan 23.000 euro. Hij krijgt zijn salaris toch om voor ons te werken en niet om een studie te volgen?
Antwoord: Als gedeputeerde krijg je te maken met een veelheid van onderwerpen en thema’s. Niet van alle thema’s weet je van begin af aan evenveel, terwijl je toch geacht wordt om er belangrijke beslissingen over te nemen. Daarnaast wordt van gedeputeerden verwacht dat ze over toekomstige ontwikkelingen in Limburg visies ontwikkelen en lijnen uitzetten. Al sinds jaren is er in Europa, in Nederland en binnen Limburg het beleid dat – om goed je werk te kunnen blijven doen – het nodig is om ook naast het werk voortdurend aan scholing te doen. De opleiding die Kersten heeft gedaan is door het hele College van Gedeputeerde Staten goedgekeurd omdat men vond dat de groep deze kennis niet in voldoende mate bezat. De studie (aan de universiteit Tilburg) is een al lang bestaande opleiding speciaal voor besluitvormers binnen overheden en het bedrijfsleven en wordt ook in vele andere provincies gevolgd. Zij duurt meerdere jaren. Kersten heeft de studie voornamelijk naast zijn gewone werk gedaan en niet in de plaats van zijn normale werk. Overigens hadden de kosten ook in dit geval niet via de provinciale creditcard van Kersten geboekt moeten worden, maar vanuit het normale provinciale studiebudget dat juist voor dit soort zaken bedoeld is. Ook hier moet in de toekomst strakker naar gekeken worden.

Punt 9:
Alle politici zijn graaiers en alleen erop uit om goed voor zichzelf te zorgen.
Antwoord: Nee! In alle organisaties overal ter wereld zijn mensen die misbruik van een situatie maken. Zo ook in de overheid. Je mag daarmee echter niet iedereen over dezelfde kam scheren. Ik voel mij in ieder geval helemaal niet aangesproken. Wie de werkelijke werkuren, werkdagen en de voortdurende inzet van veel politici eens echt zou volgen, komt er zeker achter dat voor – in ieder geval de meesten – het ‘uurloon’ bedroevend laag is. Dat is niet per se een probleem want politicus zijn is een vrije keuze. Ik zou het echter jammer vinden als een boeiend, verantwoordelijk en belangrijk vak op deze manier afgedaan zou worden.

Punt 10:
Nou weten we dit allemaal, maar wat ga je eraan doen zodat dit niet weer gebeurt?
Antwoord: We laten een extern onderzoek uitvoeren, gecombineerd met een PvdA-gedragscode onderzoek door onze Gewestvoorzitter. Ik verwacht dat die onderzoeken binnen enkele weken klaar zijn. Op dit moment zijn we daarnaast als PvdA-Limburg bezig om een aantal richtlijnen op te stellen die in toekomst onze PvdA-gedeputeerden moeten helpen om dit soort problemen voorgoed te vermijden. Ons Gewestbestuur zal daarop blijven toezien.